Hondenrassen die alleen thuis kunnen blijven

In deze atlas verdragen 139 hondenrassen alleen zijn relatief het best, van de Labrador Retriever en de Whippet tot de Basset Hound en de Pekinees. Ze halen minstens 3 pootjes op de score Alleen thuis kunnen blijven. Vier pootjes is het hoogste dat in de atlas voorkomt en dat is voorbehouden aan een enkele kuddebeschermer die gewend is zelfstandig te werken. Vijf pootjes haalt geen enkel ras, want honden zijn groepsdieren.

In deze lijst staan de rassen met minstens 3 pootjes op de score Alleen thuis kunnen blijven. Vijf pootjes haalt geen enkel ras en vier maar een handvol: honden zijn groepsdieren. Het is een inschatting van de redactie op basis van de rasdossiers.

Formaat
Past bij jouw situatie
Verzorging en tempo
Herkomst

139 rassen in deze lijst

Binnen één blok volstaat het dat je hond aan één van de aangeklikte knoppen voldoet, tussen de blokken moet hij aan allemaal voldoen. Een filter staat aan bij 4 of 5 pootjes op die score, behalve “gezin met kinderen”: dat vraagt de maximale score op kindvriendelijk en minstens 4 op gezinsvriendelijkheid. “Sportief” werkt omgekeerd en toont rassen met hoogstens 2 pootjes op rustig aan doen. Zo blijft de selectie streng.

Vergelijk alle 139 rassen op een rij
Hondenrassen die alleen thuis kunnen blijven: schofthoogte, gewicht en formaat per ras
RasSchofthoogteGewichtFormaat
Sarplaninacgem. 62 cm35–45 kgGroot
Komondormin. 70 cm50–60 kgGroot
Labrador Retriever54–57 cm30–35 kgGroot
Rottweiler61–68 cm± 50 kgGroot
Welsh Corgi (Pembroke)25–30 cm10–12 kgKlein
Chow Chow48–56 cm20–32 kgMiddelgroot
Rhodesian Ridgeback63–69 cm± 36,5 kgGroot
Sint-Bernard70–90 cm63–81 kgGroot
American Bully33–58 cm± 20–60 kgWisselend formaat
Akita Inu67 cm32–45 kgGroot
Basset Hound33–38 cm20–29 kgMiddelgroot
Whippet47–51 cm10–18 kgMiddelgroot
Boerboel61–68 cm50–90 kgGroot
Schnauzer30–70 cm4–47 kgWisselend formaat
Poedel24–60 cm4–32 kgWisselend formaat
Bichon Frisé23–28 cm4–7 kgKlein
Shar Pei44–51 cm18–30 kgMiddelgroot
Bouvier des Flandres62–68 cm35–40 kgGroot
Lhasa Apso± 25 cm5–10 kgKlein
Boston Terrier± 40 cmtot 11,35 kgKlein
Cairn Terrier28–31 cm6–7,5 kgKlein
Engelse Mastiffvanaf 76 cm80–85 kgGroot
Afghaanse Windhond68–74 cm± 23–27 kgGroot
Pekinees15–22 cmmax. 5 kgKlein
Saluki58–71 cm18–29 kgGroot
Barzoi75–85 cm± 27–48 kgGroot
Kangal72–78 cm48–60 kgGroot
Tibetaanse Mastiff≥ 66 cm41–68 kgGroot
Dwergschnauzer30–35 cm4–8 kgKlein
Schipperke± 25–33 cm3–9 kgKlein
Basset Fauve de Bretagne32–38 cm15–20 kgKlein
Presa Canario61–66 cm45–57 kgGroot
Norfolk Terriër± 25 cm5–7 kgKlein
Pyreneese Berghond70–80 cm45–60 kgGroot
Shikoku± 52 cm15–23 kgMiddelgroot
West Highland White Terrier± 28 cm6–9 kgKlein
Clumber Spaniel± 45 cm29,5–34 kgMiddelgroot
Mastino Napoletano65–75 cm60–70 kgGroot
Schotse Terriër25–28 cm8,5–10,5 kgKlein
Thai Ridgeback56–61 cm20–25 kgGroot
Affenpinscher25–30 cm4–6 kgKlein
Deerhoundvanaf 76 cm± 45,5 kgGroot
Fila Brasileiro65–75 cmmin. 50 kgGroot
Tosamin. 60 cm55–70 kgGroot
Aidi52–62 cm± 25 kgMiddelgroot
American Akita66–71 cm31–59 kgGroot
Basset Artésien Normand30–36 cm15–20 kgKlein
Grote Zwitserse Sennenhond65–72 cm± 41–61 kgGroot
Lakeland Terriërmax. 37 cm± 7–8 kgKlein
Markiesje± 35–37 cm6–8 kgKlein
Norwich Terriër± 25 cm± 5 kgKlein
Sloughi66–72 cm20–30 kgGroot
Chesapeake Bay Retriever58–66 cm29,5–36,5 kgGroot
Ierse Terriër± 45 cm± 12 kgMiddelgroot
Kerry Blue Terriër45,5–49,5 cm15–18 kgMiddelgroot
Broholmer± 75 cm50–70 kgGroot
Skye Terriër25–26 cm12–18 kgKlein
Dandie Dinmont Terriër20–28 cm8–11 kgKlein
Lancashire Heeler± 30 cm6–9 kgKlein
Mastín Españolmin. 77 cm± 70 kgGroot
Podengo Português20–70 cm4–30 kgWisselend formaat
Cão da Serra da Estrela65–73 cm45–60 kgGroot
Rafeiro do Alentejo66–74 cm45–60 kgGroot
Alano Español58–63 cm30–40 kgGroot
Bergamasco Herdershond± 60 cm32–38 kgGroot
Continental Bulldog42–50 cm± 30 kgMiddelgroot
Wetterhoun± 59 cm± 34 kgGroot
Centraal-Aziatische Ovcharkamin. 70 cmmin. 50 kgGroot
Kishu± 52 cm14–27 kgMiddelgroot
Oostenrijkse Pinscher44–50 cm12–18 kgMiddelgroot
Sealyham Terriërmax. 31 cm± 9 kgKlein
Drever32–38 cmNiet vastgelegdKlein
Slovensky Cuvac62–70 cm36–44 kgGroot
Cesky Terriër25–32 cm6–10 kgKlein
Cirneco dell'Etna46–50 cm10–13 kgMiddelgroot
Jämthund57–65 cm± 30–35 kgGroot
Norrbottenspets± 45 cm11–15 kgMiddelgroot
Chart Polski70–80 cm27–32 kgGroot
Gończy Polski55–59 cm22–26 kgMiddelgroot
Hamiltonstövare53–61 cmNiet vastgelegdMiddelgroot
Karelische Berenhond54–60 cm25–28 kgMiddelgroot
Nederlandse Schapendoes43–50 cm± 13–18 kgMiddelgroot
Stabijhoun± 53 cm22–27 kgMiddelgroot
Thai Bangkaew Dog46–55 cm18–20 kgMiddelgroot
Berghond van de Maremmen67–73,5 cm40–52 kgGroot
Cão de Gado Transmontano75–85 cm60–75 kgGroot
Finse Brak55–61 cmCirca 20–25 kgGroot
Galgo Español62–70 cm20–30 kgGroot
Slovenský Kopov45–50 cm15–20 kgMiddelgroot
Alpenländische Dachsbracke34–42 cmCirca 15–18 kgKlein
Brandlbracke50–56 cmCirca 15–22 kgMiddelgroot
Pharaohond56–63,5 cmNiet vastgelegdGroot
Catalaanse Herdershond47–55 cm20–25 kgMiddelgroot
Irish Glen of Imaal Terriermaximaal 35,5 cm± 16 kgKlein
Poolse Laaglandherder45–50 cm± 14–23 kgMiddelgroot
Cão de Castro Laboreiro58–64 cm30–40 kgGroot
Cimarrón Uruguayo58–61 cm38–45 kgGroot
Kintamani-Bali Dog49–57 cm15–18 kgMiddelgroot
Mastín del PirineoMinstens 77 cm60–90 kgGroot
Perdiguero de Burgos62–67 cm25–30 kgGroot
Roemeense Mioritic HerdershondMinstens 70 cmCirca 40–65 kgGroot
Sabueso Español52–57 cmCirca 20–25 kgMiddelgroot
Schotse Herdershond Korthaar56–61 cm20,5–29,5 kgGroot
Berner Niederlaufhund35–43 cmNiet vastgelegdKlein
Bohemian Shepherd Dog52–55 cm19–27 kgMiddelgroot
Brazilian Campeiro Bulldog49–58 cmCirca 31–42 kgMiddelgroot
Canaanhond50–60 cm18–25 kgMiddelgroot
Cão Fila de São Miguel48–60 cm20–35 kgMiddelgroot
Ciobănesc Românesc Corb65–80 cmNiet vastgelegdGroot
Crnogorski Planinski Gonič44–54 cmCirca 20–25 kgMiddelgroot
Duitse Staande Hond Stekelhaar58–70 cmNiet vastgelegdGroot
Erdélyi Kopó55–65 cmMinimaal 25 kgGroot
Hygenhund50–58 cm± 20–25 kgMiddelgroot
Istarski Kratkodlaki Gonič49–53 cmNiet vastgelegdMiddelgroot
Istarski Oštrodlaki Gonič50–54 cmNiet vastgelegdMiddelgroot
Jura Laufhund49–59 cmNiet vastgelegdMiddelgroot
Jura Niederlaufhund35–43 cm± 9–15 kgKlein
Karstherder57–63 cm30–42 kgGroot
Kaukasische Ovcharka72–75 cm gewenstmin. 50 kgGroot
Kazakh Tazy63–70 cmNiet vastgelegdGroot
Luzerner Laufhund49–59 cmNiet vastgelegdMiddelgroot
Luzerner Niederlaufhund35–43 cm± 9–15 kgKlein
Macedonische Herdershond Karaman65–68 cm40–45 kgGroot
Noorse Elandhond Grijs± 52 cm25–30 kgMiddelgroot
Noorse Elandhond Zwart46–49 cm20–25 kgMiddelgroot
Perro de Pastor Mallorquín66–73 cm± 40 kgGroot
Perro Dogo Mallorquín55–58 cm35–38 kgMiddelgroot
Roemeense Karpatische Herdershond65–73 cm32–45 kgGroot
Segugio Italiano Ruwhaar52–60 cm20–28 kgMiddelgroot
Smålandsstövare46–54 cmNiet vastgelegdMiddelgroot
Gammel Dansk Hønsehund54–60 cm30–35 kgGroot
Roemeense Bucovina Herdershond68–78 cmCirca 50–90 kgGroot
Kai Ken50 cmCirca 11–25 kgMiddelgroot
Hokkaido48,5–51,5 cmCirca 20 kgMiddelgroot
Dunker50–58 cmCirca 11–18 kgMiddelgroot
Tatrahond65–70 cmCirca 35–60 kgGroot
Kuvasz71–76 cm48–62 kgGroot
Tornjak65–70 cmFors, in verhouding tot de bouwGroot
Boerenfox± 38–48 cm± 8–14 kgMiddelgroot

Geen enkel ras kan van nature een hele dag alleen

Geen enkel hondenras in deze atlas haalt de volle 5 pootjes op de score Alleen thuis kunnen blijven. Dat is geen gat in de data, dat is de conclusie zelf: honden zijn groepsdieren. Ze zijn er over duizenden jaren op geselecteerd om dicht bij mensen en bij elkaar te leven, en geen enkel ras is van nature gebouwd om lange dagen in zijn eentje door te brengen. Wat je op deze pagina vindt, zijn de 139 rassen die alleen zijn het best verdragen. Dat is iets anders dan een hond die alleen kan zijn zolang jij dat wilt.

De score is een inschatting van de redactie op basis van de rasdossiers, op een schaal van 1 tot 5 pootjes: meer pootjes betekent dat een ras het alleen zijn doorgaans beter opneemt. Bij deze score loopt de schaal in de praktijk maar tot 4, en die 4 pootjes komt alleen bij een paar kuddebeschermers voor, zoals de Sarplaninac en de Komondor, die gewend zijn zelfstandig bij hun kudde te werken. Bijna alle andere rassen hieronder staan op 3 pootjes, van de Labrador Retriever tot de Pekinees. Binnen die grote groep zit geen rangorde: het ene ras blijft niet beter alleen dan het andere.

Wat de score niet zegt, is hoe jouw hond het doet. Alleen blijven is vooral aangeleerd gedrag. Een hond die het rustig heeft opgebouwd en die genoeg beweging, contact en slaap krijgt, redt het beter dan een hond van hetzelfde ras die er nooit in begeleid is. Leeftijd, eerdere ervaringen en wat er in huis gebeurt wegen minstens even zwaar mee als afkomst. Lees deze 139 rassen dus als een startpositie, niet als een garantie. Een deel ervan staat trouwens ook bij de rassen voor beginners, van de Labrador Retriever en de Whippet tot de Cairn Terrier. Ook zij leren het alleen zijn niet vanzelf.

De 139 rassen die alleen zijn het best verdragen

Het formaat loopt in deze lijst breed uiteen. Ruim vier op de tien rassen hier zijn groot, van een reus als de Sint-Bernard (70 tot 90 cm) tot de Barzoi (75 tot 85 cm). Ongeveer een derde is middelgroot en een op de vijf is klein, met de Pekinees op 15 tot 22 cm als kleinste van de lijst. Een paar rassen staan in de atlas als wisselend formaat, omdat ze in meerdere maten voorkomen. Een kleine hond blijft dus niet vanzelf beter alleen dan een grote.

Ook in de FCI-indeling zit geen eenduidig patroon. De pinschers, schnauzers, molossers en sennenhonden vormen hier de grootste groep, gevolgd door de lopende honden en speurhonden. Ook de windhonden zijn goed vertegenwoordigd, met onder meer de Whippet, de Saluki en de Afghaanse Windhond. Trek daar geen harde conclusie uit. De scores zijn inschattingen en geen metingen, de FCI-groepen zijn in de atlas heel verschillend van omvang, en binnen elke groep verschillen individuele honden sterk.

Bruikbaarder is de combinatie met de andere scores. Een flink deel van de rassen hier haalt ook 4 pootjes voor rustig aan doen, zoals de Chow Chow, de Basset Hound en de Pekinees. Een handvol haalt zelfs 5 pootjes voor een appartement, onder meer de Whippet, de Bichon Frisé en de Lhasa Apso. Aan de andere kant krijgt ruim vier op de tien rassen uit deze lijst maar 1 pootje voor een appartement. Wie zonder tuin woont, kijkt daarom beter eerst bij de rassen voor een appartement en gebruikt deze lijst als aanvulling.

  • Pinschers, schnauzers, molossers en sennenhonden: de grootste groep in deze lijst, met onder meer de Rottweiler, de Sint-Bernard en de Engelse Mastiff.
  • Lopende honden en speurhonden: de Basset Hound en de Rhodesian Ridgeback, naast een reeks brakken zoals de Drever.
  • Spitsen en oertypes: de Chow Chow, de Akita Inu en de Shikoku.
  • Herders- en veedrijvershonden: de Komondor, de Welsh Corgi (Pembroke) en de Bouvier des Flandres.
  • Terriërs: de Cairn Terrier, de West Highland White Terrier en de Schotse Terriër.
  • Windhonden: de Whippet, de Saluki en de Afghaanse Windhond.
  • Gezelschaps- en dwerghonden, doodles en kruisingen: de Poedel, de Bichon Frisé en de Pekinees, naast kruisingen als de American Bully.
  • Retrievers, spaniels, waterhonden en staande jachthonden: de Labrador Retriever, de Clumber Spaniel en de Stabijhoun.

Hoe lang mag een hond alleen zijn?

Een veelgebruikte richtlijn voor een volwassen hond die het alleen zijn rustig geleerd heeft, is maximaal vier uur aan één stuk. Dat is een vuistregel om je dag mee in te delen, geen grens die voor elke hond klopt. De ene hond valt na tien minuten in slaap en wordt pas wakker als de sleutel in het slot gaat, de andere blijft de hele periode alert bij de deur liggen. Twee kortere blokken met een onderbreking ertussen zijn bijna altijd beter dan één lange.

Voor een pup ligt de grens veel lager. Jonge honden moeten vaak plassen, slapen in korte stukken en zijn nog volop aan het wennen aan alles wat er bestaat. Reken in de eerste weken in minuten, niet in uren, en bouw van daaruit op. Ook bij een oudere hond, een hond die net verhuisd is of een hond die uit een asiel komt, begin je opnieuw bij kort. Merk je iets lichamelijks, bijvoorbeeld dat je hond het binnen niet meer ophoudt terwijl dat eerder wel lukte, dan is de dierenarts je eerste aanspreekpunt.

De uren dat je hond alleen is, tellen samen met de rest van zijn dag. Een hond die 's ochtends ruim gewandeld heeft, heeft kunnen snuffelen en daarna kan slapen, staat er anders in dan een hond die om acht uur de deur hoort dichtvallen zonder dat er iets gebeurd is. Beweging vervangt het oefenen niet, maar ze maakt de rust die je vraagt wel realistischer. Kijk daarbij ook naar wat je ras nodig heeft: de Labrador Retriever staat in de atlas op ongeveer 1,5 tot 2 uur per dag, de Basset Hound op matig, en dat vraagt een andere dagindeling. Zoek je een lager tempo, kijk dan bij de rustige hondenrassen.

Alleen blijven opbouwen, stap voor stap

Alleen blijven leer je als een oefening, in korte herhalingen die slagen. Het doel is dat je hond ondervindt dat weggaan niets bijzonders betekent en dat jij altijd terugkomt. Werk daarvoor met belonen, rust en geduld. Straf, aversieve hulpmiddelen of wegblijven tot een hond ophoudt met janken horen hier niet thuis: daarmee leert een hond vooral dat alleen zijn eng is, en dat is precies het tegenovergestelde van wat je wilt bereiken.

  • 1. Maak de plek prettig. Kies een vaste plek waar je hond graag ligt, met water binnen bereik en zonder dingen waar hij tussen of achter kan raken. Laat hem daar rustige dingen doen: kauwen, snuffelen, slapen.
  • 2. Oefen afstand terwijl je thuis bent. Loop naar een andere kamer en kom terug voordat je hond je achterna komt. Maak er verder niets van. Herhaal het tot het saai is geworden.
  • 3. Ontkoppel je vertreksignalen. Pak je jas, rammel met de sleutels, zet je schoenen klaar en ga daarna weer zitten. Zo verliezen die signalen hun lading.
  • 4. Ga echt weg, heel kort. Begin met tien of twintig seconden achter de gesloten deur en kom terug voordat je hond onrustig wordt. Het gaat om geslaagde herhalingen, niet om doorzetten.
  • 5. Bouw op in ongelijke stappen. Verleng in kleine sprongen en wissel af: na drie minuten weer eens dertig seconden. Een grillige opbouw houdt honden rustiger dan een lijn die alleen maar stijgt.
  • 6. Hou vertrek en terugkomst laag in energie. Geen lang afscheid, geen uitbundig weerzien. Begroet je hond pas wanneer hij tot rust gekomen is.
  • 7. Kijk terug wat er gebeurt. Zet een camera of een telefoon aan en bekijk vooral de eerste tien minuten. Daar zie je of je te snel gaat, ook als het huis er bij je thuiskomst netjes uitziet.
  • 8. Zak terug na een misstap. Ging het mis, ga dan terug naar een tijdsduur die eerder wel lukte en bouw van daaruit opnieuw op. Dat is geen verlies, dat is hoe de methode werkt.

Wanneer je hulp inschakelt

Voor sommige honden is alleen zijn meer dan vervelend: ze raken er echt door in paniek. Ze blaffen of janken aanhoudend, hijgen en kwijlen, krabben aan deuren en kozijnen, doen hun behoefte binnen terwijl ze dat verder nooit doen, of raken geen eten en drinken aan tot je terug bent. Dat is geen kwestie van doorzetten en ook niet van een hond die nog moet wennen. Op dezelfde manier verder oefenen maakt het in zo'n situatie meestal erger.

Ga in dat geval eerst naar de dierenarts. Er kunnen lichamelijke oorzaken meespelen, en die horen als eerste bekeken te worden. Wij stellen op deze pagina geen diagnose en plakken er ook geen naam op: vaststellen wat er aan de hand is, is werk voor iemand die je hond ziet en de hele situatie kent.

Vraag daarnaast begeleiding van een gedragsdeskundige die met positieve, beloningsgerichte methoden werkt en die bij je thuis komt kijken of met je beelden meekijkt. Wat je hond in jouw gang doet, is nu eenmaal niet zichtbaar in een lokaal vol andere honden. Vraag vooraf hoe iemand te werk gaat: wie straf, correcties of materiaal met pijnprikkels voorstelt, is niet de juiste persoon voor dit onderwerp. Regel ondertussen de praktische kant zonder schuldgevoel. Een hondenoppas, een buur, een uitlaatdienst of een dagopvang overbrugt de uren terwijl jij rustig verder oefent.

Veelgestelde vragen over hondenrassen die alleen thuis kunnen blijven

Hoe lang kan een hond alleen thuis blijven?

Vier uur aan één stuk is een redelijke bovengrens voor een volwassen hond die het alleen zijn rustig heeft geleerd, en korter is beter. Het blijft een vuistregel: de ene hond slaapt die tijd door, de andere blijft alert. Voor pups reken je in minuten en niet in uren. Verdeel lange dagen liefst in kortere blokken, met iemand die tussendoor langskomt.

Welk hondenras kan het langst alleen thuis blijven?

Geen enkel ras springt er op dit punt echt uit. De hoogste score die in de atlas voorkomt voor alleen thuis kunnen blijven is 4 pootjes, en die komt alleen bij een paar kuddebeschermers voor, zoals de Sarplaninac en de Komondor. Bijna alle andere rassen in deze lijst staan op 3 pootjes, zonder onderlinge rangorde. Vijf pootjes haalt geen enkel ras. Het is een inschatting van de redactie op basis van de rasdossiers, en ze zegt niets over hoe jouw individuele hond het doet.

Kan een puppy al alleen thuis blijven?

Nee, niet meteen en niet lang. Een pup moet vaak plassen, slaapt in korte stukken en is nog aan het wennen aan alles. Begin met seconden tot enkele minuten terwijl je in huis blijft, en breid van daaruit uit in kleine stappen. Plan de eerste weken zo dat er bijna altijd iemand thuis is, en spreek op voorhand af wie welk dagdeel opvangt.

Helpt een tweede hond als je hond niet graag alleen is?

Meestal niet, en soms werkt het averechts. Een hond die de aanwezigheid van zijn mensen mist, wordt daar niet rustiger van door gezelschap van een andere hond. Bovendien verdubbel je de kosten, de tijd en het oefenwerk, en de tweede hond kan het onrustige gedrag overnemen. Los het alleen zijn eerst op met opbouw en begeleiding. Een tweede hond kies je om andere redenen.

Wat laat je een hond doen terwijl hij alleen thuis is?

Iets rustigs dat op slapen uitloopt, werkt het best. Denk aan een kauwmoment of wat voer verstopt in een snuffelmat vlak voor je vertrekt, op een vaste plek met water binnen bereik. Zorg dat er niets ligt waar je hond zich aan kan bezeren en dat hij nergens tussen kan raken. Wilde spelletjes vlak voor vertrek werken minder: die maken je hond juist onrustig op het moment dat je rust vraagt.

Waar deze gegevens vandaan komen

Elk ras in de atlas heeft een eigen dossier met schofthoogte, gewicht, levensverwachting, bewegingsbehoefte en vachtverzorging, opgebouwd uit de rasstandaard van de FCI, publicaties van rasverenigingen en veterinaire naslagwerken. Op elke rassenpagina staat onderaan welke bronnen we voor dat ras gebruikt hebben.

De acht scores van 1 tot 5 zijn een inschatting van de redactie op basis van die dossiers, geen meting. Meer pootjes betekent altijd dat het voor jou als baas gunstiger uitkomt. Ze helpen je vergelijken en een voorselectie maken, ze vervangen geen kennismaking met een echte hond.

Deze pagina is nagekeken op 3 september 2026. Informatie op Hondenatlas is bedoeld ter oriëntatie. Twijfel je over de gezondheid of de belastbaarheid van een hond, dan is je dierenarts het juiste adres.

Verwante lijsten

Terug naar alle 400 hondenrassen