Hondenrassen die alleen thuis kunnen blijven

In deze atlas verdragen 24 hondenrassen alleen zijn relatief het best, van de Labrador Retriever en de Whippet tot de Basset Hound en de Pekinees. Ze halen 3 pootjes op de score Alleen thuis kunnen blijven, en dat is meteen de hoogste score in de hele atlas: geen enkel ras komt hoger, want honden zijn groepsdieren.

In deze lijst staan de rassen met 3 pootjes op de score Alleen thuis kunnen blijven, de hoogste score die in de hele atlas voorkomt: geen enkel ras haalt hier 4 of 5. Het is een inschatting van de redactie op basis van de rasdossiers.

Formaat
Past bij jouw situatie
Verzorging en tempo

24 rassen in deze lijst

Binnen één blok volstaat het dat je hond aan één van de aangeklikte knoppen voldoet, tussen de blokken moet hij aan allemaal voldoen. Een filter staat aan bij 4 of 5 pootjes op die score, behalve “gezin met kinderen”: dat vraagt de maximale score op kindvriendelijk en minstens 4 op gezinsvriendelijkheid. “Sportief” werkt omgekeerd en toont rassen met hoogstens 2 pootjes op rustig aan doen. Zo blijft de selectie streng.

Vergelijk alle 24 rassen op een rij
Hondenrassen die alleen thuis kunnen blijven: schofthoogte, gewicht en formaat per ras
RasSchofthoogteGewichtFormaat
Labrador Retriever54–57 cm30–35 kgGroot
Rottweiler61–68 cm± 50 kgGroot
Welsh Corgi (Pembroke)25–30 cm10–12 kgKlein
Chow Chow48–56 cm20–32 kgMiddelgroot
Rhodesian Ridgeback63–69 cm± 36,5 kgGroot
Sint-Bernard70–90 cm63–81 kgGroot
American Bully33–58 cm± 20–60 kgWisselend formaat
Akita Inu67 cm32–45 kgGroot
Basset Hound33–38 cm20–29 kgMiddelgroot
Whippet47–51 cm10–18 kgMiddelgroot
Boerboel61–68 cm50–90 kgGroot
Schnauzer30–70 cm4–47 kgWisselend formaat
Poedel24–60 cm4–32 kgWisselend formaat
Bichon Frisé23–28 cm4–7 kgKlein
Shar Pei44–51 cm18–30 kgMiddelgroot
Bouvier des Flandres62–68 cm35–40 kgGroot
Lhasa Apso± 25 cm5–10 kgKlein
Boston Terrier± 40 cmtot 11,35 kgKlein
Cairn Terrier28–31 cm6–7,5 kgKlein
Engelse Mastiffvanaf 76 cm80–85 kgGroot
Afghaanse Windhond68–74 cm± 23–27 kgGroot
Pekinees15–22 cmmax. 5 kgKlein
Saluki58–71 cm18–29 kgGroot
Barzoi75–85 cm± 27–48 kgGroot

Geen enkel ras kan van nature een hele dag alleen

Geen enkel hondenras in deze atlas haalt meer dan 3 pootjes op de score Alleen thuis kunnen blijven. Dat is geen gat in de data, dat is de conclusie zelf: honden zijn groepsdieren. Ze zijn er over duizenden jaren op geselecteerd om dicht bij mensen en bij elkaar te leven, en geen enkel ras is van nature gebouwd om lange dagen in zijn eentje door te brengen. Wat je op deze pagina vindt, zijn de 24 rassen die alleen zijn het best verdragen. Dat is iets anders dan een hond die alleen kan zijn zolang jij dat wilt.

De score is een inschatting van de redactie op basis van de rasdossiers, op een schaal van 1 tot 5 pootjes: meer pootjes betekent dat een ras het alleen zijn doorgaans beter opneemt. Bij deze score loopt de schaal in de praktijk dus maar tot 3. De 24 rassen hieronder delen allemaal diezelfde 3 pootjes, van de Labrador Retriever tot de Pekinees. Er zit binnen deze lijst geen rangorde: het ene ras op deze pagina blijft niet beter alleen dan het andere.

Wat de score niet zegt, is hoe jouw hond het doet. Alleen blijven is vooral aangeleerd gedrag. Een hond die het rustig heeft opgebouwd en die genoeg beweging, contact en slaap krijgt, redt het beter dan een hond van hetzelfde ras die er nooit in begeleid is. Leeftijd, eerdere ervaringen en wat er in huis gebeurt wegen minstens even zwaar mee als afkomst. Lees deze 24 rassen dus als een startpositie, niet als een garantie. Zeven ervan staan trouwens ook bij de rassen voor beginners: de Labrador Retriever, de Whippet, de Schnauzer, de Poedel, de Bichon Frisé, de Boston Terrier en de Cairn Terrier. Ook zij leren het alleen zijn niet vanzelf.

De 24 rassen die alleen zijn het best verdragen

Het formaat loopt in deze lijst breed uiteen. Elf van de 41 grote hondenrassen uit de atlas staan hier, van de Sint-Bernard (70 tot 90 cm) tot de Barzoi (75 tot 85 cm). Daarnaast zijn zes rassen klein, met de Pekinees op 15 tot 22 cm als kleinste, en vier middelgroot. Drie rassen staan in de atlas als wisselend formaat, omdat ze in meerdere maten voorkomen: de American Bully, de Schnauzer en de Poedel. Een kleine hond blijft dus niet vanzelf beter alleen dan een grote.

Ook in de FCI-indeling zit geen eenduidig patroon, al vallen twee dingen op. Vier van de zes windhonden in de atlas staan in deze lijst: de Whippet, de Saluki, de Afghaanse Windhond en de Barzoi. En vijf gezelschaps- en dwerghonden halen dezelfde 3 pootjes, evenveel als uit de groep pinschers, schnauzers, molossers en sennenhonden. Trek daar geen harde conclusie uit. Het gaat om een handvol rassen per groep, de scores zijn inschattingen en geen metingen, en binnen elke groep verschillen individuele honden sterk.

Bruikbaarder is de combinatie met de andere scores. Vijf rassen hier krijgen ook 4 pootjes voor rustig aan doen: de Chow Chow, de Sint-Bernard, de Basset Hound, de Lhasa Apso en de Pekinees. Drie halen 5 pootjes voor een appartement: de Whippet, de Bichon Frisé en de Lhasa Apso. Aan de andere kant staat de Boerboel, met 1 pootje voor een appartement en 50 tot 90 kg op de weegschaal. Wie zonder tuin woont, kijkt daarom beter eerst bij de rassen voor een appartement en gebruikt deze lijst als aanvulling.

  • Gezelschaps- en dwerghonden (5): Poedel, Bichon Frisé, Lhasa Apso, Boston Terrier en Pekinees.
  • Pinschers, schnauzers, molossers en sennenhonden (5): Rottweiler, Sint-Bernard, Schnauzer, Shar Pei en Engelse Mastiff.
  • Windhonden (4): Whippet, Afghaanse Windhond, Saluki en Barzoi.
  • Herders- en veedrijvershonden (2): Welsh Corgi (Pembroke) en Bouvier des Flandres.
  • Spitsen en oertypes (2): Chow Chow en Akita Inu.
  • Lopende honden en speurhonden (2): Rhodesian Ridgeback en Basset Hound.
  • Doodles en kruisingen (2): American Bully en Boerboel.
  • Eén ras per groep: Labrador Retriever bij de retrievers, spaniels en waterhonden, en Cairn Terrier bij de terriërs.

Hoe lang mag een hond alleen zijn?

Een veelgebruikte richtlijn voor een volwassen hond die het alleen zijn rustig geleerd heeft, is maximaal vier uur aan één stuk. Dat is een vuistregel om je dag mee in te delen, geen grens die voor elke hond klopt. De ene hond valt na tien minuten in slaap en wordt pas wakker als de sleutel in het slot gaat, de andere blijft de hele periode alert bij de deur liggen. Twee kortere blokken met een onderbreking ertussen zijn bijna altijd beter dan één lange.

Voor een pup ligt de grens veel lager. Jonge honden moeten vaak plassen, slapen in korte stukken en zijn nog volop aan het wennen aan alles wat er bestaat. Reken in de eerste weken in minuten, niet in uren, en bouw van daaruit op. Ook bij een oudere hond, een hond die net verhuisd is of een hond die uit een asiel komt, begin je opnieuw bij kort. Merk je iets lichamelijks, bijvoorbeeld dat je hond het binnen niet meer ophoudt terwijl dat eerder wel lukte, dan is de dierenarts je eerste aanspreekpunt.

De uren dat je hond alleen is, tellen samen met de rest van zijn dag. Een hond die 's ochtends ruim gewandeld heeft, heeft kunnen snuffelen en daarna kan slapen, staat er anders in dan een hond die om acht uur de deur hoort dichtvallen zonder dat er iets gebeurd is. Beweging vervangt het oefenen niet, maar ze maakt de rust die je vraagt wel realistischer. Kijk daarbij ook naar wat je ras nodig heeft: de Labrador Retriever staat in de atlas op ongeveer 1,5 tot 2 uur per dag, de Basset Hound op matig, en dat vraagt een andere dagindeling. Zoek je een lager tempo, kijk dan bij de rustige hondenrassen.

Alleen blijven opbouwen, stap voor stap

Alleen blijven leer je als een oefening, in korte herhalingen die slagen. Het doel is dat je hond ondervindt dat weggaan niets bijzonders betekent en dat jij altijd terugkomt. Werk daarvoor met belonen, rust en geduld. Straf, aversieve hulpmiddelen of wegblijven tot een hond ophoudt met janken horen hier niet thuis: daarmee leert een hond vooral dat alleen zijn eng is, en dat is precies het tegenovergestelde van wat je wilt bereiken.

  • 1. Maak de plek prettig. Kies een vaste plek waar je hond graag ligt, met water binnen bereik en zonder dingen waar hij tussen of achter kan raken. Laat hem daar rustige dingen doen: kauwen, snuffelen, slapen.
  • 2. Oefen afstand terwijl je thuis bent. Loop naar een andere kamer en kom terug voordat je hond je achterna komt. Maak er verder niets van. Herhaal het tot het saai is geworden.
  • 3. Ontkoppel je vertreksignalen. Pak je jas, rammel met de sleutels, zet je schoenen klaar en ga daarna weer zitten. Zo verliezen die signalen hun lading.
  • 4. Ga echt weg, heel kort. Begin met tien of twintig seconden achter de gesloten deur en kom terug voordat je hond onrustig wordt. Het gaat om geslaagde herhalingen, niet om doorzetten.
  • 5. Bouw op in ongelijke stappen. Verleng in kleine sprongen en wissel af: na drie minuten weer eens dertig seconden. Een grillige opbouw houdt honden rustiger dan een lijn die alleen maar stijgt.
  • 6. Hou vertrek en terugkomst laag in energie. Geen lang afscheid, geen uitbundig weerzien. Begroet je hond pas wanneer hij tot rust gekomen is.
  • 7. Kijk terug wat er gebeurt. Zet een camera of een telefoon aan en bekijk vooral de eerste tien minuten. Daar zie je of je te snel gaat, ook als het huis er bij je thuiskomst netjes uitziet.
  • 8. Zak terug na een misstap. Ging het mis, ga dan terug naar een tijdsduur die eerder wel lukte en bouw van daaruit opnieuw op. Dat is geen verlies, dat is hoe de methode werkt.

Wanneer je hulp inschakelt

Voor sommige honden is alleen zijn meer dan vervelend: ze raken er echt door in paniek. Ze blaffen of janken aanhoudend, hijgen en kwijlen, krabben aan deuren en kozijnen, doen hun behoefte binnen terwijl ze dat verder nooit doen, of raken geen eten en drinken aan tot je terug bent. Dat is geen kwestie van doorzetten en ook niet van een hond die nog moet wennen. Op dezelfde manier verder oefenen maakt het in zo'n situatie meestal erger.

Ga in dat geval eerst naar de dierenarts. Er kunnen lichamelijke oorzaken meespelen, en die horen als eerste bekeken te worden. Wij stellen op deze pagina geen diagnose en plakken er ook geen naam op: vaststellen wat er aan de hand is, is werk voor iemand die je hond ziet en de hele situatie kent.

Vraag daarnaast begeleiding van een gedragsdeskundige die met positieve, beloningsgerichte methoden werkt en die bij je thuis komt kijken of met je beelden meekijkt. Wat je hond in jouw gang doet, is nu eenmaal niet zichtbaar in een lokaal vol andere honden. Vraag vooraf hoe iemand te werk gaat: wie straf, correcties of materiaal met pijnprikkels voorstelt, is niet de juiste persoon voor dit onderwerp. Regel ondertussen de praktische kant zonder schuldgevoel. Een hondenoppas, een buur, een uitlaatdienst of een dagopvang overbrugt de uren terwijl jij rustig verder oefent.

Veelgestelde vragen over hondenrassen die alleen thuis kunnen blijven

Hoe lang kan een hond alleen thuis blijven?

Vier uur aan één stuk is een redelijke bovengrens voor een volwassen hond die het alleen zijn rustig heeft geleerd, en korter is beter. Het blijft een vuistregel: de ene hond slaapt die tijd door, de andere blijft alert. Voor pups reken je in minuten en niet in uren. Verdeel lange dagen liefst in kortere blokken, met iemand die tussendoor langskomt.

Welk hondenras kan het langst alleen thuis blijven?

Geen enkel ras springt er op dit punt uit. De hoogste score in de hele atlas is 3 pootjes voor alleen thuis kunnen blijven, en 24 rassen delen die score, van de Labrador Retriever tot de Pekinees. Binnen die 24 zit geen rangorde. Het is een inschatting van de redactie op basis van de rasdossiers, en ze zegt niets over hoe jouw individuele hond het doet.

Kan een puppy al alleen thuis blijven?

Nee, niet meteen en niet lang. Een pup moet vaak plassen, slaapt in korte stukken en is nog aan het wennen aan alles. Begin met seconden tot enkele minuten terwijl je in huis blijft, en breid van daaruit uit in kleine stappen. Plan de eerste weken zo dat er bijna altijd iemand thuis is, en spreek op voorhand af wie welk dagdeel opvangt.

Helpt een tweede hond als je hond niet graag alleen is?

Meestal niet, en soms werkt het averechts. Een hond die de aanwezigheid van zijn mensen mist, wordt daar niet rustiger van door gezelschap van een andere hond. Bovendien verdubbel je de kosten, de tijd en het oefenwerk, en de tweede hond kan het onrustige gedrag overnemen. Los het alleen zijn eerst op met opbouw en begeleiding. Een tweede hond kies je om andere redenen.

Wat laat je een hond doen terwijl hij alleen thuis is?

Iets rustigs dat op slapen uitloopt, werkt het best. Denk aan een kauwmoment of wat voer verstopt in een snuffelmat vlak voor je vertrekt, op een vaste plek met water binnen bereik. Zorg dat er niets ligt waar je hond zich aan kan bezeren en dat hij nergens tussen kan raken. Wilde spelletjes vlak voor vertrek werken minder: die maken je hond juist onrustig op het moment dat je rust vraagt.

Waar deze gegevens vandaan komen

Elk ras in de atlas heeft een eigen dossier met schofthoogte, gewicht, levensverwachting, bewegingsbehoefte en vachtverzorging, opgebouwd uit de rasstandaard van de FCI, publicaties van rasverenigingen en veterinaire naslagwerken. Op elke rassenpagina staat onderaan welke bronnen we voor dat ras gebruikt hebben.

De acht scores van 1 tot 5 zijn een inschatting van de redactie op basis van die dossiers, geen meting. Meer pootjes betekent altijd dat het voor jou als baas gunstiger uitkomt. Ze helpen je vergelijken en een voorselectie maken, ze vervangen geen kennismaking met een echte hond.

Deze pagina is nagekeken op 31 juli 2026. Informatie op Hondenatlas is bedoeld ter oriëntatie. Twijfel je over de gezondheid of de belastbaarheid van een hond, dan is je dierenarts het juiste adres.

Verwante lijsten

Terug naar alle 100 hondenrassen