Schnauzer
Pittig, waaks en scherp van geest, met een baard die om onderhoud vraagt. Eén type in drie maten: kies je een dwerg, een middenslag of een riesen, dan kies je meteen een heel ander beweegprofiel.

In dit artikel
De Schnauzer in het kort
Een Duitse hoeve- en waakhond in drie maten met dezelfde bouw en hetzelfde temperament: levendig, moedig en zeer intelligent, met een aangeboren waaksheid. De dwerg (30–35 cm) is een gezelschaps- en waakhondje, de middenslag (45–50 cm) een veelzijdige familie- en waakhond, de riesen (60–70 cm) een grote werk- en beschermhond.
De harde dubbele vacht haart weinig, maar vraagt trimwerk en periodieke handstripping. Alle maten leren graag, alleen loopt hun beweegbehoefte op met het formaat. Benieuwd welke maat bij jouw woonsituatie past? Doe verderop de match.
- Schofthoogte
- 30–70 cmdwerg 30–35 · midden 45–50 · riesen 60–70
- Gewicht
- 4–47 kgdwerg ~4–8 · midden 14–20 · riesen 35–47
- Levensverwachting
- 12–15 jaardwerg; grotere maten lager
- Beweging
- 1 uur tot veeldwerg ± 1 uur, riesen fors meer
- Vacht
- Ruwe trimvachthaart weinig, handstripping
- Herkomst
- Duitslandhoeve-, ratten- en waakhond
De Schnauzer in scores
Elke hond in de atlas krijgt scores op dezelfde meetlat, zodat je rassen eerlijk naast elkaar kunt leggen.
Meer pootjes betekent altijd makkelijker voor jou als baas, niet "meer van die eigenschap".
Dwerg, middenslag of riesen: welke maat past bij jou?
De schnauzer bestaat in drie maten met elk een eigen FCI-rasstandaard, het officiële rasprofiel waarin vastligt hoe een ras eruitziet en zich gedraagt. De bouw en het type zijn hetzelfde, maar het gebruik verschilt sterk. De dwergschnauzer (30–35 cm, ~4–8 kg) is een gezelschaps- en waakhondje: pittig en alert, een echte grote hond in een klein lijf.
De middenslag, ook wel standaardschnauzer genoemd (45–50 cm, 14–20 kg), is de veelzijdige familie- en waakhond: speels, toegewijd en waaks zonder overdreven te blaffen. De riesenschnauzer (60–70 cm, 35–47 kg) is een grote werk- en beschermhond: goedaardig, maar zeer zelfverzekerd en beschermend, en gemaakt voor een gezin dat een echte werkhond aankan.
Kies dus niet alleen op uiterlijk. De maat bepaalt hoeveel beweging, ruimte en ervaring de hond van je vraagt. Verderop op deze pagina zie je die verschillen per onderdeel terug.
Wat voor karakter heeft een Schnauzer?
Levendig met een kalme zelfverzekerdheid. Alle maten zijn intelligent, moedig, alert, waaks en loyaal. Van oorsprong hield hij de hoeve schoon van ongedierte en waakte hij over huis en have: die waaksheid zit er nog altijd in.
De dwerg is pittig en alert, een big dog in a small body. De middenslag is speels en toegewijd en slaat wel aan, maar niet overdreven. De riesen is goedaardig van inborst, maar tegelijk zeer zelfverzekerd en beschermend. Bij alle drie loont vroege, brede socialisatie: dat houdt de waaksheid in verhouding.
Past deze hond bij jou?
Zes korte vragen, je ziet meteen je match.
Kies hierboven je situatie om je persoonlijke match te zien.
Is een Schnauzer geschikt voor een gezin?
Ja. Alle maten zijn goede familiehonden. De dwergschnauzer is een ideale, betrokken gezinshond die meedoet met alles zonder overdreven aanhankelijk te zijn.
De grotere maten passen vooral bij actieve, ervaren gezinnen. Een riesen vraagt bovendien een gezin dat een grote werkhond echt aankan, in ruimte, in beweging en in consequente begeleiding. Bepaal daarom eerlijk welke maat bij jullie leven past voordat je verliefd wordt op een pup.
Kan een Schnauzer in een appartement wonen?
De dwergschnauzer kan goed in een appartement wonen, zolang hij zijn dagelijkse beweging krijgt en dicht bij zijn familie mag zijn. De middenslag voelt zich beter thuis in een ruime woning met een tuin.
De riesenschnauzer is het minst geschikt voor een appartement. Die vraagt een huis met een ruime tuin en veel activiteit. Een tuin vervangt het uitlaten niet, maar bij deze maat geeft ruimte wel lucht.
Hoeveel beweging heeft een Schnauzer nodig?
Dat loopt op met de maat. De dwerg heeft aan zo'n uur per dag genoeg: wandelen, spelen en trainen door elkaar. De middenslag en de riesen zijn werkhonden met een hoge fysieke én mentale behoefte, denk aan hondensport en speurwerk.
Krijgen de grotere maten te weinig te doen, dan zie je verveling en ongewenst gedrag. Reken bij hen dus niet alleen op kilometers, maar ook op kopwerk. Een goed opgebouwd beweegritme voorkomt de meeste problemen.
Hoe verzorg je de vacht van een Schnauzer?
De schnauzer heeft een harde, dubbele vacht die weinig haart, maar wel onderhoud vraagt. Reken op regelmatig borstelen en periodiek trimmen door middel van handstripping: het met de hand uittrekken van de dode haren, waardoor de vacht zijn ruwe structuur en kleur houdt.
Veel gezinshonden worden in de praktijk geknipt in plaats van gestript, met een langere baard en beenbeharing. Dat mag, al wordt de vacht dan zachter van structuur. Baard en poten vragen extra aandacht, want die worden snel vuil. Voor de trimbeurten ga je meestal naar een professionele trimmer.
Is een Schnauzer makkelijk op te voeden?
Hij is zeer intelligent en leergierig. De dwergschnauzer staat zelfs rond plek twaalf in bekende intelligentie-rankings. Werk positief en beloningsgericht, met korte, gevarieerde sessies, want een schnauzer haakt af bij dril en kan behoorlijk eigenwijs zijn.
Dit zijn de valkuilen om op te letten:
- Overmatig blaffen als de socialisatie tekortschiet, juist bij zo'n waakse hond.
- Koppigheid: hij denkt graag zelf mee en test of jouw regels echt regels zijn.
- Te weinig mentale uitdaging bij de grotere maten, wat zich vertaalt in onrust en ongewenst gedrag.
- Socialiseer breed en vroeg, zodat zijn alertheid niet doorslaat naar wantrouwen.
Wat kost een Schnauzer?
Eerlijk antwoord: betrouwbare Belgische bedragen voor de aanschaf, het voer, de dierenarts en de verzekering van een Schnauzer zetten we hier pas neer zodra we ze met bronnen kunnen onderbouwen. Liever even geen cijfer dan een verzonnen cijfer. Reken er wel op dat een hond, groot of klein, elke maand een vast budget vraagt, en dat prijzen sterk verschillen per fokker en regio.
Wat we nu al wel kunnen zeggen over vachtverzorging: Periodieke trimbeurten plus thuisonderhoud van baard en poten.
Eerlijk over de Schnauzer
- Kies eerst de maat, dan de hond. Een dwerg en een riesen delen een naam, maar vragen een totaal verschillend leven van je.
- Hij is waaks en slaat aan. Zonder goede socialisatie kan dat doorslaan naar overmatig blaffen.
- De trimvacht kost tijd of geld. Hij haart weinig, maar borstelen en periodiek strippen horen er levenslang bij.
- Hij denkt zelf mee. Die scherpe kop is heerlijk om mee te trainen, maar straft slordige, saaie opvoeding meteen af.
- Een riesen is geen beginnershond. Een grote, zelfverzekerde werkhond vraagt ervaring, ruimte en dagelijkse uitdaging.
De route van pup naar senior
Elke levensfase vraagt iets anders van je. Dit zijn de haltes waar je bij dit ras rekening mee houdt.
Kennismaken met de wereld
Wen hem rustig aan mensen, honden, geluiden en drukte. Bij een waaks ras legt brede socialisatie nu de basis voor een hond die alert blijft zonder overal op aan te slaan.
Trainen en alleen leren zijn
Zijn scherpe kop wil werk: houd de sessies kort, positief en gevarieerd. Bouw in deze periode het alleen zijn stap voor stap op, zodat lange dagen later geen probleem worden.
De puber: eigen willetje
Nu test hij je regels en kan hij koppig lijken. Blijf consequent en beloningsgericht. Geef de grotere maten in deze fase genoeg fysieke én mentale uitdaging, anders vult hij zijn dag zelf in.
Volwassen: ritme en trimwerk
Zijn dagelijkse beweging blijft de basis, afgestemd op zijn maat. Borstelen en periodiek trimmen worden routine, met extra aandacht voor baard en poten.
Senior: minder tempo, meer opletten
Pas de wandelingen aan zijn conditie aan en houd zijn gewicht laag. Laat bij de dwergschnauzer klachten rond plassen, buikpijn of eetlust altijd nakijken: bij deze maat verdienen blaasstenen en de alvleesklier extra aandacht.
Welke gezondheidsproblemen komen voor bij de Schnauzer?
De schnauzer is over het algemeen robuust, maar de risico's verschillen per maat. Vraag een fokker altijd naar de onderzoeksuitslagen van beide ouderdieren.
Bij de dwergschnauzer heeft ongeveer een derde verhoogde triglyceriden in het bloed, het hoogste van alle rassen. Dat vet in het bloed hangt samen met een verhoogd risico op ontstekingen en verdient controle via je dierenarts.
Ontsteking van de alvleesklier, waarvan het risico bij de dwergschnauzer over een heel leven op zo'n 5% wordt geschat. Hangt deels samen met de hoge bloedvetten hierboven.
Blaasstenen komen bij de dwergschnauzer naar schatting veertien keer vaker voor dan bij kruisingen, vooral bij reuen (zo'n 70%). Ze keren bij de helft tot zestig procent van de gevallen terug, dus voorkomen en tijdig ingrijpen tellen zwaar.
Cataract (staar) en PRA, een erfelijke netvliesaandoening die tot blindheid leidt. Voor PRA type B is een DNA-test beschikbaar. Vraag naar oogonderzoek van de ouderdieren.
Een erfelijke spieraandoening waarvoor een DNA-test bestaat, zodat een goede fokker aangedane pups kan uitsluiten.
Bij de middenslag en de riesen zijn heupdysplasie, een afwijkende ontwikkeling van het heupgewricht, en oogaandoeningen de belangrijkste aandachtspunten. Vraag naar officiële heup- en oogscreening; de exacte prevalentie is onzeker.
Weet je niet welke uitslagen je precies moet opvragen? Download de gratis checklist “Wat vraag je een fokker?”, met alle onderzoeken die per maat bij dit ras horen op één A4.
Waar vind je een goede pup?
Begin bij de rasvereniging in plaats van bij een advertentiesite, en kies bewust voor de maat die bij je past: elke maat heeft een eigen standaard en eigen gezondheidsonderzoeken. In Nederland houdt de Raad van Beheer de stamboomregistratie en de fokonderzoeken bij; in België vervult de KMSH (Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus) die rol.
Een goede fokker laat je de ouderdieren zien, toont de uitslagen ongevraagd, en stelt jou minstens zoveel vragen als jij hem. Vraag bij de dwergschnauzer specifiek naar de DNA-testen en de ogen, en bij de grotere maten naar heup- en oogscreening. Wil je liever een oudere hond? Rasgebonden herplaatsing bestaat ook voor schnauzers, via de rasvereniging vind je honden die om uiteenlopende redenen een nieuw thuis zoeken.
Bronnen bij deze pagina (6)
- FCI-standaard 181 Riesenschnauzer (PDF), hoogte, gewicht, vacht en temperament van de riesen.
- FCI-standaard 182 Schnauzer (PDF), 45–50 cm, kleuren en temperament van de middenslag.
- FCI-standaard 183 Zwergschnauzer (PDF), 30–35 cm en kleuren van de dwergschnauzer.
- UFAW – Miniature Schnauzer pancreatitis/hyperlipidemie, ongeveer een derde hoge triglyceriden, lifetime ~5% pancreatitis.
- Science for Animal Welfare – Schnauzer urolithiasis, 14× risico op blaasstenen en het geslachtsverschil.
- AKC – Miniature Schnauzer, karakter, beweging, handstripping en trainbaarheid.
Overweeg je een Schnauzer-pup?
Ontvang de gratis checklist “Wat vraag je een fokker?”, inclusief de gezondheidstesten die per maat bij dit ras horen, en waaraan je een pup herkent die goed begonnen is.
Geen spam, uitschrijven kan met één klik.