Hondenrassen voor beginners
In deze atlas staan 24 hondenrassen die de redactie geschikt vindt voor beginners, van de Labrador Retriever en de Golden Retriever tot de Cavapoo en de Boston Terrier. Ze krijgen 4 of 5 pootjes op de score Geschikt voor beginners: ze werken doorgaans vlot mee, zijn voorspelbaar in de omgang en vergeven de leerfouten die bij een eerste hond horen.
In deze lijst staan de rassen met 4 of 5 pootjes op de score Geschikt voor beginners, een inschatting van de redactie op basis van de rasdossiers.
Vergelijk alle 24 rassen op een rij
| Ras | Schofthoogte | Gewicht | Beweging per dag |
|---|---|---|---|
| Labrador Retriever | 54–57 cm | 30–35 kg | ± 1,5–2 uur |
| Golden Retriever | 56–61 cm | 30–34 kg | ± 2 uur |
| Maltipoo | 20–36 cm | ± 4,5–9 kg | ± 30–60 min |
| Cockapoo | 25–46 cm | 2,7–13,6 kg | 30 min – 1 uur |
| Cavapoo | 23–36 cm | 3,6–11 kg | 30–60 min |
| Cocker Spaniel | 39–41 cm | 13–14,5 kg | ± 1–1,5 uur |
| Goldendoodle | ± 35–63 cm | ± 12–30 kg | 30–60 min |
| Bernedoodle | 30–74 cm | 4,5–41 kg | ± 45–60 min |
| Whippet | 47–51 cm | 10–18 kg | ± 1 uur |
| Schnauzer | 30–70 cm | 4–47 kg | 1 uur tot veel |
| Maltezer | 21–25 cm | 3–4 kg | Matig |
| Poedel | 24–60 cm | 4–32 kg | Middelhoog |
| Bichon Frisé | 23–28 cm | 4–7 kg | Matig |
| Papillon | ± 28 cm | 2,5–4,5 kg | Actief dwergje |
| Cavalier King Charles Spaniel | 30–33 cm | 5,4–8,2 kg | ± 45 min |
| Keeshond (Wolfspitz) | 43–55 cm | 15–20 kg | Gemiddeld |
| Border Terrier | ± 33–40 cm | reu 5,9–7,1 kg | ± 1 uur |
| Épagneul Breton | 48–51 cm | 14–18 kg | Veel |
| Boston Terrier | ± 40 cm | tot 11,35 kg | Matig |
| Havanezer | 23–27 cm | 4–7 kg | Matig |
| Eurasier | 52–60 cm | 22–30 kg | 30–60 min |
| Cairn Terrier | 28–31 cm | 6–7,5 kg | ± 45–60 min |
| Sheltie (Shetland Sheepdog) | reu 37 cm | ± 6–11 kg | Matig |
| Coton de Tulear | 25–30 cm | 3,5–6 kg | ± 45 min |
Wat maakt een ras geschikt voor een eerste hond?
Een ras dat toegankelijk is als eerste hond, is vooral voorspelbaar. Je ziet aankomen wat de hond doet, hij is gericht op mensen, en hij blijft aanspreekbaar terwijl jij nog aan het leren bent. Dat laatste telt zwaar. Iedereen die voor het eerst een hond opvoedt, mist wel eens de juiste timing of is een dag minder consequent. Rassen die daar soepel mee omgaan, geven je ruimte om bij te sturen zonder dat er meteen iets scheefloopt.
Voor deze lijst kijken we naar de score Geschikt voor beginners: een inschatting van de redactie op basis van de rasdossiers, op een schaal van 1 tot 5 pootjes. Alleen de Labrador Retriever haalt in de hele atlas 5 pootjes, de 23 andere rassen hier krijgen er 4. Trainbaarheid weegt daarin mee, maar ook hoe vlot een ras meedraait in een druk huishouden.
Wat die score niet zegt, is hoeveel werk een hond kost. Toegankelijk betekent niet weinig beweging, niet weinig vachtverzorging en niet weinig tijd. Het betekent dat de leercurve voor jou minder steil is. Een individuele hond kan bovendien afwijken van het beeld van zijn ras: karakter, opvoeding en wat een hond eerder heeft meegemaakt wegen minstens even zwaar als afkomst.
De 24 beginnersrassen in deze lijst
De 24 rassen komen uit heel verschillende hoeken van de FCI-indeling, en dat is precies het punt: er bestaat niet één type beginnershond. In deze lijst staat de Whippet uit de windhonden naast de Sheltie bij de herders- en veedrijvershonden, en staan gezelschapshonden naast een staande jachthond.
Ook het formaat loopt sterk uiteen. De Maltezer staat op 21 tot 25 cm schofthoogte, de Golden Retriever op 56 tot 61 cm, en dertien van de 24 rassen zijn klein. Vier rassen staan in de atlas als wisselend formaat, omdat ze in meerdere maten voorkomen: de Poedel, de Schnauzer, de Goldendoodle en de Bernedoodle. Bij die vier hangen de bewegingsbehoefte en de ruimte die je nodig hebt af van de maat die je kiest.
- Gezelschaps- en dwerghonden (8): Maltezer, Poedel, Bichon Frisé, Papillon, Cavalier King Charles Spaniel, Boston Terrier, Havanezer en Coton de Tulear.
- Doodles en kruisingen (5): Maltipoo, Cockapoo, Cavapoo, Goldendoodle en Bernedoodle.
- Retrievers, spaniels en waterhonden (3): Golden Retriever, Labrador Retriever en Cocker Spaniel.
- Terriërs (2): Border Terrier en Cairn Terrier.
- Spitsen en oertypes (2): Keeshond (Wolfspitz) en Eurasier.
- Eén ras per groep: Whippet bij de windhonden, Schnauzer bij de pinschers, schnauzers, molossers en sennenhonden, Épagneul Breton bij de staande jachthonden en Sheltie bij de herders- en veedrijvershonden.
Wat een beginnershond nog steeds van je vraagt
Kijk in de tabel naar de kolom beweging per dag, want daar zit het verschil dat starters het vaakst onderschatten. De Golden Retriever staat op ongeveer 2 uur, de Labrador Retriever op 1,5 tot 2 uur en de Cocker Spaniel op 1 tot 1,5 uur. De Épagneul Breton staat op veel en krijgt met 1 pootje de laagste score voor rustig aan doen in deze lijst. Toegankelijk in de omgang en rustig van tempo zijn dus twee verschillende dingen.
Aan de andere kant staan rassen met matig als bewegingslabel, zoals de Maltezer, de Bichon Frisé, de Boston Terrier en de Sheltie, en de Cavalier King Charles Spaniel met ongeveer 45 minuten per dag. Ook die honden moeten dagelijks naar buiten: matig betekent korter, niet minder vaak. Een rondje aan de lijn, tijd om vrij te snuffelen en wat denkwerk in huis vullen die tijd samen op. Waar het veilig en toegelaten is, is een losloopweide daar een prettige aanvulling op, geen vervanging van de wandeling.
De kolom vacht vertelt hetzelfde verhaal. De Whippet (fijn en kort) en de Boston Terrier (kort en glad) krijgen 5 pootjes voor onderhoudsarme vacht. Daartegenover staan de Maltipoo, de Maltezer, de Poedel, de Bichon Frisé, de Havanezer en de Coton de Tulear met 1 pootje: bij de Maltipoo noteert het dossier trimmen elke 4 tot 6 weken. Let op wat die score niet zegt. Hij gaat over verzorgingswerk, niet over hoeveel haar een hond verliest en niet over allergie. De Golden Retriever verhaart bijvoorbeeld fors. Wie vooral op verzorging let, vindt meer opties bij de rassen met weinig vachtonderhoud.
Waar starters het vaakst op vastlopen
De teleurstellingen bij een eerste hond gaan zelden over het ras zelf. Ze gaan over verwachtingen die niet uitgesproken zijn: wie de ochtendwandeling doet op een regendag, hoeveel uren de hond alleen thuis is, en wat je doet als de aanhankelijke pup na een halfjaar plots eigen ideeën krijgt.
- Beweging: reken de wandelingen na op een doordeweekse dag, niet op een zondag. Zes rassen in deze lijst staan op een uur per dag of meer, en bij de Épagneul Breton noteert de atlas veel.
- Alleen thuis blijven: geen enkel ras in de atlas krijgt hier meer dan 3 pootjes, ook in deze lijst niet. Zeven rassen halen 3 pootjes (Labrador Retriever, Whippet, Schnauzer, Poedel, Bichon Frisé, Boston Terrier en Cairn Terrier), de rest blijft op 2 steken.
- De puberteit: tussen ongeveer een halfjaar en anderhalf jaar test bijna elke hond opnieuw wat er geldt. Wat toen al vaststond, komt terug. Wat je toen door de vingers zag, ook.
- Consequentie: een regel die vandaag geldt en morgen niet, is voor de hond geen regel. Spreek in huis af wie wat toelaat, van de zetel tot het bedelen aan tafel.
- Methode: werk met belonen en met korte, geslaagde herhalingen. Straf leert een hond vooral dat jij onvoorspelbaar bent, en dat is precies wat een beginner niet kan gebruiken.
Het ras is maar de helft van het verhaal
Een ras kiezen bepaalt de startpositie, niet de uitkomst. Wat de hond wordt, hangt af van de eerste maanden bij jou: rust, ritme, gewenning aan de wereld en veel korte oefenmomenten. Reken ook in tijd, niet alleen in enthousiasme. Twee wandelingen, verzorging, oefenen en de rust die een hond nodig heeft komen bij je bestaande week, niet in plaats daarvan.
Neem de tijd voor de herkomst. Bij een fokker mag je de moeder zien, de omgeving waarin de pups opgroeien en alle vragen stellen die je hebt; een fokker die jou net zo goed uitvraagt, is een goed teken. Bij een asiel of een rasopvang krijg je vaak een preciezer beeld van het karakter, omdat de hond al gekend is in de dagelijkse omgang. Bij twijfel over gezondheid of gedrag is de dierenarts je eerste aanspreekpunt.
Ga altijd zelf kennismaken voor je beslist, en liefst meer dan één keer. Neem de mensen mee die met de hond gaan leven, kinderen inbegrepen. Wie vooral op het gezin let, kijkt daarna verder bij de kindvriendelijke hondenrassen; wie een lager tempo zoekt, bij de rustige rassen; en wie zonder tuin woont, bij de rassen voor een appartement.
Veelgestelde vragen over hondenrassen voor beginners
Wat is de beste hond voor beginners?
Er is geen enkele beste hond voor beginners, maar de Labrador Retriever komt in deze atlas het dichtst in de buurt: hij is het enige ras met 5 pootjes op geschikt voor beginners, en hij haalt ook 5 pootjes voor trainbaarheid. Dat is een inschatting van de redactie op basis van de rasdossiers. Hij vraagt wel 1,5 tot 2 uur beweging per dag, dus toegankelijk is niet hetzelfde als weinig werk.
Welke hond als eerste hond past bij een appartement zonder tuin?
Acht rassen uit deze lijst krijgen 5 pootjes voor een appartement: Maltipoo, Cavapoo, Whippet, Maltezer, Bichon Frisé, Cavalier King Charles Spaniel, Havanezer en Coton de Tulear. Ze redden het zonder tuin, op voorwaarde dat je dagelijks naar buiten gaat. De Épagneul Breton staat aan de andere kant, met 2 pootjes voor een appartement en veel beweging per dag. Die combinatie past minder bij een flat.
Is een grote hond een verstandige keuze voor een beginner?
Ja, formaat en toegankelijkheid lopen niet gelijk op. De Golden Retriever (56 tot 61 cm) en de Labrador Retriever (54 tot 57 cm) wegen allebei 30 kilo of meer en staan toch in deze lijst; de Labrador is zelfs het enige ras van de atlas met 5 pootjes voor beginners. Wat je wel inplant, is beweging: ongeveer 2 uur per dag bij de Golden Retriever. Reken ook op ruimte in huis en in de auto, en op een hond die aan de lijn meer kracht zet.
Neem je als eerste hond beter een pup of een volwassen hond?
Allebei kan, en de doorslag geeft vooral je tijd. Een pup vraagt de eerste maanden veel begeleiding: zindelijk worden, wennen aan de wereld, onderbroken nachten en daarna de puberteit. Bij een volwassen hond is het karakter al zichtbaar, wat het kiezen voorspelbaarder maakt. Wees bij een fokker of een asiel eerlijk over de uren die je per dag beschikbaar hebt, dan komt de match sneller rond.
Betekent een hoge beginnersscore dat het ras weinig verzorging vraagt?
Nee, die score gaat over toegankelijkheid in de omgang, niet over de hoeveelheid werk. Zes rassen in deze lijst krijgen 1 pootje voor onderhoudsarme vacht: Maltipoo, Maltezer, Poedel, Bichon Frisé, Havanezer en Coton de Tulear. Bij de Maltipoo vermeldt het dossier trimmen elke 4 tot 6 weken. De vachtscore zegt bovendien niets over hoeveel haar een hond verliest en niets over allergie.
Waar deze gegevens vandaan komen
Elk ras in de atlas heeft een eigen dossier met schofthoogte, gewicht, levensverwachting, bewegingsbehoefte en vachtverzorging, opgebouwd uit de rasstandaard van de FCI, publicaties van rasverenigingen en veterinaire naslagwerken. Op elke rassenpagina staat onderaan welke bronnen we voor dat ras gebruikt hebben.
De acht scores van 1 tot 5 zijn een inschatting van de redactie op basis van die dossiers, geen meting. Meer pootjes betekent altijd dat het voor jou als baas gunstiger uitkomt. Ze helpen je vergelijken en een voorselectie maken, ze vervangen geen kennismaking met een echte hond.
Deze pagina is nagekeken op 31 juli 2026. Informatie op Hondenatlas is bedoeld ter oriëntatie. Twijfel je over de gezondheid of de belastbaarheid van een hond, dan is je dierenarts het juiste adres.
Verwante lijsten
- Kindvriendelijke hondenrassen23 rassenVeel starters kiezen een eerste hond voor een gezin met kinderen; deze lijst kijkt specifiek naar verdraagzaamheid.
- Hondenrassen voor een appartement34 rassenAcht beginnersrassen halen hier de hoogste score, handig als je zonder tuin woont.
- Kleine hondenrassen29 rassenDertien van deze 24 rassen zijn klein van formaat; hier staat het volledige overzicht per maat.
- Rustige hondenrassen18 rassenToegankelijk in de omgang betekent niet rustig van tempo; hier staan de rassen die een lager ritme aankunnen.























