Dunker
Rustig van karakter, hard in de sneeuw en soms blauw gemarmerd met lichte ogen: de Dunker is de Noorse hazenhond. De Noorse kennelclub noemt hem uitzonderlijk sociaal en vertrouwend, maar er worden per jaar maar een paar honderd pups geboren.
In dit artikel
De Dunker in het kort
De FCI-rasstandaard omschrijft hem als een taaie, robuuste hond met sterke zenuwen, uitgesproken sociaal en vol vertrouwen, en noemt hem een uitstekende combinatie van jacht- en gezelschapshond. Hij komt voor in verdund zwart met tanaftekening en in blauw gemarmerd met bleke tan en wit.
Het ras is genoemd naar de Noorse kapitein Wilhelm Conrad Dunker, die het begin negentiende eeuw opbouwde door Noorse drijfhonden te kruisen met gemarmerde honden van Russische afkomst. De populatie is klein: de Noorse kennelclub telt jaarlijks 130 tot 180 pups en noemt dat aantal zelf te laag. Benieuwd of zo'n jachthond bij jou past? Doe verderop de match.
- Schofthoogte
- 50–58 cmideaal 52–54 cm; teef 47–54 cm met ideaal 49–51 cm
- Gewicht
- Circa 11–18 kgde rasstandaard legt geen gewicht vast
- Levensverwachting
- Niet vastgelegdgeen betrouwbaar rasgemiddelde gepubliceerd
- Beweging
- Veellange dagen sporen in bos en sneeuw
- Vacht
- Recht, hard en dichtniet te kort, weinig werk
- Herkomst
- Noorwegenhazenhond, opgebouwd begin 19e eeuw
De Dunker in scores
Elke hond in de atlas krijgt scores op dezelfde meetlat, zodat je rassen eerlijk naast elkaar kunt leggen.
Meer pootjes betekent altijd makkelijker voor jou als baas, niet "meer van die eigenschap".
Wat voor karakter heeft een Dunker?
De rasstandaard is voor een jachthond opvallend uitgesproken: hard en robuust, met sterke zenuwen, uitgesproken sociaal en vol vertrouwen. Hij wordt in dezelfde standaard een uitstekende combinatie van jacht- en gezelschapshond genoemd.
De Noorse kennelclub bevestigt dat beeld en noemt hem vlot te trainen, met een goed gemoed en een open houding. Zijn drijfveer blijft wel het spoor: hij werkt zelfstandig in het bos en geeft daarbij duidelijk geluid, zodat de jager hem kan volgen.
Is een Dunker geschikt als gezinshond?
Ja, mits je hem werk geeft. Zowel de rasstandaard als de Noorse kennelclub omschrijven hem als een hond die de jacht en het gezinsleven combineert, en rasbronnen noemen hem een goede gezinshond zolang hij ook echt als jachthond of sportief werkhond wordt ingezet.
Dat voorbehoud is het hele verhaal. Een Dunker die alleen wandelingen krijgt, is een onderbezette jachthond, en dat merk je aan geluid en onrust. Doe je wel aan mantrailing, speurwerk of lange tochten, dan is dit een van de aangenamere lopende honden om mee samen te leven.
Past deze hond bij jou?
Zes korte vragen, je ziet meteen je match.
Kies hierboven je situatie om je persoonlijke match te zien.
Kan een Dunker in een appartement wonen?
Nee, dat raden we af. Hij is een lopende hond van rond de vijftig centimeter die op een spoor luid geeft, en die stem is gemaakt om door bos en over sneeuwvelden te dragen.
Zijn plek is een huis met een goed omheinde tuin en bos of veld binnen bereik. Loslopen buiten omheind terrein is riskant zolang de terugroep niet stevig staat: op een vers hazenspoor is hij snel uit zicht.
Hoeveel beweging heeft een Dunker nodig?
Veel. Hij is gebouwd om lange dagen te sporen, met sterke poten die volgens de Noorse kennelclub ijs en sneeuwkorst goed verdragen. Drie korte blokjes om dekken die behoefte niet.
Jaag je niet, dan zijn lange tochten, uitgelegde sporen en mantrailing de dichtstbijzijnde vervanging; het ras doet het volgens de Noorse kennelclub ook goed in behendigheid en gehoorzaamheidswedstrijden. Zorg dat hij zowel zijn poten als zijn neus kwijt kan.
Hoeveel verzorging vraagt de vacht van een Dunker?
Bijna niets. De vacht is recht, hard en dicht en niet te kort. De rasstandaard kent twee kleurtypes: verdund zwart met tanaftekening, en blauw gemarmerd met bleke tan en witte aftekening. Bij het gemarmerde type komen lichte ogen voor.
Wat wel routine moet worden: na elke tocht zijn hangoren, poten, huid en tussentenen nakijken op vuil, grasaren, wondjes en teken. Hangoren die vaak nat worden, verdienen extra aandacht.
Hoe voed je een Dunker op?
Met beloning en veel herhaling. De Noorse kennelclub noemt hem vlot te trainen en rasbronnen wijzen erop dat hij vooral goed reageert op positieve bekrachtiging. Harde correcties heeft hij niet nodig.
Zet vroeg in op het komen als je roept en werk lang met een lange lijn, want zijn zoekinitiatief groeit met de maand. Leer hem daarnaast in huis uitschakelen, zodat hij niet zijn hele dag op stand-by staat.
Wat kost een Dunker?
Eerlijk antwoord: betrouwbare Belgische bedragen voor de aanschaf, het voer, de dierenarts en de verzekering van een Dunker zetten we hier pas neer zodra we ze met bronnen kunnen onderbouwen. Liever even geen cijfer dan een verzonnen cijfer. Reken er wel op dat een hond, groot of klein, elke maand een vast budget vraagt, en dat prijzen sterk verschillen per fokker en regio.
Wat we nu al wel kunnen zeggen over vachtverzorging: Vrijwel alleen tijd: af en toe borstelen volstaat.
Eerlijk over de Dunker
- Hij geeft geluid op het spoor. Dat is functioneel: de jager volgt hem op zijn stem. In een woonwijk is datzelfde geluid een dagelijks aandachtspunt, zeker als hij te weinig te doen heeft.
- De populatie is klein. De Noorse kennelclub telt jaarlijks 130 tot 180 pups en noemt dat aantal zelf te laag voor een gezonde fokkerij. Vraag daarom altijd naar de verwantschap binnen het nest.
- Hij is een jachthond gebleven. Rasbronnen noemen hem een goede gezinshond, maar zetten daar uitdrukkelijk bij: als hij ook echt als jachthond wordt gebruikt. Zonder werk komt hij tekort.
- Buiten Noorwegen en Zweden vind je hem nauwelijks. De fokkerij zit vrijwel volledig in Scandinavië. Reken op import, wachten en contact leggen met de Noorse rasclubs.
De route van pup naar senior
Elke levensfase vraagt iets anders van je. Dit zijn de haltes waar je bij dit ras rekening mee houdt.
Band bouwen en breed socialiseren
Laat hem rustig veel normale dingen meemaken en investeer spelenderwijs in de terugroep. Begin meteen met het alleen zijn in kleine stapjes, zodat hij dat rustig leert.
De neus neemt de leiding
Sporen worden interessanter dan jij en zijn actieradius groeit. Werk consequent met een lange lijn, geef hem eenvoudig zoekwerk en bouw conditie geleidelijk op zonder jonge gewrichten te overbelasten.
De volwassen spoorhond
Nu komt zijn uithoudingsvermogen op peil en kan hij lange dagen in bos en sneeuw aan. Geef hem structureel loop- en neuswerk en houd hem slank, zodat gewrichten en pezen het jarenlang volhouden.
Senior: kortere tochten, dezelfde neus
Rustiger wandelingen met veel snuffelwerk houden hem tevreden. Laat gewrichten, ogen, gebit en gewicht regelmatig nakijken door je dierenarts en pas de belasting aan zijn conditie aan.
Welke gezondheidsproblemen komen voor bij de Dunker?
De Dunker is een taaie werkhond zonder overdreven kenmerken, maar het ras is klein in aantal en dat is meteen het belangrijkste gezondheidsthema. Vraag daarom gericht door bij de fokker.
Na inteeltproblemen in de jaren tachtig gaf de Noorse kennelclub in 1989 groen licht voor kruisingen om de genetische variatie en de gezondheid te verbeteren. Met 130 tot 180 pups per jaar blijft de basis smal; vraag de fokker naar de inteeltcoëfficiënt van het nest en hoe hij die laag houdt.
Er zijn geen brede prevalentiestudies over erfelijke aandoeningen bij dit ras gevonden. Vraag naar leeftijden en doodsoorzaken in de lijn en naar welke onderzoeken de fokker bij zijn fokdieren laat doen.
Voor een hond die lange dagen in ruw terrein spoort, zijn gezonde heupen bepalend. Vraag om een officiële heupbeoordeling en een oogonderzoek van beide ouderdieren, en houd zelf de hangoren in de gaten na natte tochten.
Weet je niet welke uitslagen je precies moet opvragen? Download de gratis checklist “Wat vraag je een fokker?”, met alle onderzoeken die bij dit ras horen op één A4.
Waar vind je een goede pup?
De fokkerij zit vrijwel volledig in Noorwegen en Zweden, met jaarlijks maar een paar honderd pups. In Nederland registreert de Raad van Beheer stambomen, in België de KMSH (Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus), maar nesten in de Benelux zijn hoge uitzondering. Reken op import, een wachtlijst en contact met de Noorse rasclubs.
Vraag bij een klein ras altijd door op verwantschap: hoe nauw zijn de ouderdieren verwant, welke lijnen gebruikt de fokker en hoe houdt hij de basis breed? Een goede fokker toont de ouderdieren, is open over gezondheid en werkaanleg, en stelt jou minstens zoveel vragen als jij hem.
Koop je bij een kweker? Check of hij erkend is met zijn HK-nummer in de officiële lijst van Dierenwelzijn Vlaanderen.
Veelgestelde vragen over de Dunker
Wat is een Dunker?
Een Noorse lopende hond uit FCI-groep 6, sectie middelgrote lopende honden, ook wel Norsk Harehund genoemd. Hij is begin negentiende eeuw opgebouwd door kapitein Wilhelm Conrad Dunker en wordt gebruikt voor de hazenjacht.
Hoe groot wordt een Dunker?
Reuen meten 50 tot 58 centimeter met 52 tot 54 als ideaal, teven 47 tot 54 centimeter met 49 tot 51 als ideaal. De rasstandaard legt geen gewicht vast; rasbronnen noemen ongeveer elf tot achttien kilo.
Wat voor karakter heeft een Dunker?
De rasstandaard noemt hem taai en robuust, met sterke zenuwen, uitgesproken sociaal en vol vertrouwen. De Noorse kennelclub omschrijft hem als vlot te trainen met een open wezen, en ziet hem als een combinatie van jacht- en gezelschapshond.
Is een Dunker geschikt als gezinshond?
Ja, mits hij ook echt werk krijgt. Rasbronnen noemen hem een goede gezinshond wanneer hij daarnaast als jachthond wordt gebruikt. Zonder dagelijks loop- en neuswerk is hij een onderbezette jachthond en laat hij dat horen.
Is de Dunker een zeldzaam ras?
Ja. De Noorse kennelclub registreert jaarlijks 130 tot 180 pups en noemt dat aantal zelf te laag voor een gezonde fokkerij. Het ras leeft vrijwel uitsluitend in Noorwegen en Zweden.
Bronnen bij deze pagina (3)
- FCI-rasstandaard 203 (Dunker, Norwegian Hound), groep 6 sectie 1.2 (middelgrote lopende honden), herkomst Noorwegen, schofthoogte 50-58 cm met ideaal 52-54 en 47-54 cm met ideaal 49-51, rechte harde dichte vacht, de kleurtypes verdund zwart met tan en blauw gemarmerd, het temperament (taai en robuust, sterke zenuwen, uitgesproken sociaal en vertrouwend) en de ontstaansgeschiedenis rond kapitein Wilhelm Conrad Dunker.
- Norsk Kennel Klub: Dunker, karakteromschrijving (goed gemoed, open wezen, vlot te trainen), gebruik als hazenhond met duidelijk spoorwerk, sterke poten die ijs en sneeuwkorst verdragen, de kruisingen die in 1989 werden toegestaan na inteeltproblemen, en de jaarlijkse registratie van 130 tot 180 pups die de club zelf te laag noemt.
- Wikipedia: Dunker, het ontstaan begin negentiende eeuw door Wilhelm Dunker uit gemarmerde honden van Russische afkomst en Noorse drijfhonden, maten van 50-55 en 47-52 cm en een gewicht van circa 11 tot 18 kg, de training met positieve bekrachtiging, de vaststelling dat hij zelden blaft buiten de jacht als hij genoeg beweging krijgt, de circa 150 pups per jaar en de opmerking dat hij een goede gezinshond is mits hij ook als jachthond wordt gebruikt.