FCI-groep 6: lopende honden en speurhonden
FCI-groep 6 bundelt de lopende honden en speurhonden, en in deze atlas staan er 82. Het zijn rassen die een spoor volgen met hun neus en daarbij lang doorgaan. Een geur die aanslaat weegt bij hen zwaarder dan een oproep, en dat kenmerk deelt de hele groep, van de Beagle van 33 cm tot de Bloedhond van 54 kg.
De FCI deelt de erkende rassen in tien groepen in op basis van type en oorspronkelijk werk. Dit zijn de 82 rassen uit groep 6, de lopende honden en speurhonden, die in de atlas staan.
Vergelijk alle 82 rassen op een rij
| Ras | Schofthoogte | Gewicht | Herkomst |
|---|---|---|---|
| Beagle | 33–40 cm | 10–11 kg | Groot-Brittannië |
| Rhodesian Ridgeback | 63–69 cm | ± 36,5 kg | Zuid-Afrika |
| Basset Hound | 33–38 cm | 20–29 kg | Groot-Brittannië |
| Dalmatiër | 56–62 cm | ± 20–32 kg | Kroatië |
| Bloedhond (Sint-Hubertushond) | 64–72 cm | 46–54 kg | België |
| Basset Fauve de Bretagne | 32–38 cm | 15–20 kg | Frankrijk |
| Petit Basset Griffon Vendéen | 34–38 cm | ± 15 kg | Frankrijk |
| Basset Artésien Normand | 30–36 cm | 15–20 kg | Frankrijk |
| Duitse Brak | 40–53 cm | ± 15–20 kg | Duitsland |
| Beierse Bergzweethond | 47–52 cm | 20–30 kg | Duitsland |
| Griffon Fauve de Bretagne | 48–56 cm | ± 18–22 kg | Frankrijk |
| Beagle-Harrier | 45–50 cm | ± 19–25 kg | Frankrijk |
| Otterhound | ± 69 cm | 36–52 kg | Groot-Brittannië |
| Grand Basset Griffon Vendéen | 40–44 cm | 20–30 kg | Frankrijk |
| Griffon Nivernais | 55–62 cm | ± 22–25 kg | Frankrijk |
| Basset Bleu de Gascogne | 34–38 cm | 16–20 kg | Frankrijk |
| Grand Bleu de Gascogne | 65–72 cm | ± 35–39 kg | Frankrijk |
| Griffon Bleu de Gascogne | 50–57 cm | 16–27 kg | Frankrijk |
| Black and Tan Coonhound | 63,5–68,5 cm | ± 23–34 kg | Verenigde Staten |
| Drever | 32–38 cm | Niet vastgelegd | Zweden |
| Poitevin | 62–72 cm | ± 20–30 kg | Frankrijk |
| American Foxhound | 56–63,5 cm | ± 25–32 kg | Verenigde Staten |
| Petit Bleu de Gascogne | 52–58 cm | Niet vastgelegd | Frankrijk |
| Gończy Polski | 55–59 cm | 22–26 kg | Polen |
| Hamiltonstövare | 53–61 cm | Niet vastgelegd | Zweden |
| Chien d'Artois | 53–58 cm | ± 28–30 kg | Frankrijk |
| English Foxhound | ± 58–64 cm | Niet in de standaard | Groot-Brittannië |
| Finse Brak | 55–61 cm | Circa 20–25 kg | Finland |
| Ogar Polski | 56–65 cm | 25–32 kg | Polen |
| Slovenský Kopov | 45–50 cm | 15–20 kg | Slowakije |
| Alpenländische Dachsbracke | 34–42 cm | Circa 15–18 kg | Oostenrijk |
| Ariégeois | 52–58 cm | Circa 25–27 kg | Frankrijk |
| Brandlbracke | 50–56 cm | Circa 15–22 kg | Oostenrijk |
| Briquet Griffon Vendéen | 50–55 cm | ± 22–24 kg | Frankrijk |
| Gascon Saintongeois | 65–72 cm | ± 30–40 kg | Frankrijk |
| Segugio Maremmano | 48–54 cm | 16–23 kg | Italië |
| Tiroler Brak | 44–50 cm | ± 16–27 kg | Oostenrijk |
| Hellinikos Ichnilatis | 47–55 cm | 17–20 kg | Griekenland |
| Posavski Gonič | 50–56 cm | ± 20–25 kg | Kroatië |
| Sabueso Español | 52–57 cm | Circa 20–25 kg | Spanje |
| Schillerstövare | 53–61 cm | ± 18–25 kg | Zweden |
| Steirische Ruwharige Brak | 47–53 cm | ± 15–18 kg | Oostenrijk |
| Anglo-Français de Petite Vénerie | 48–56 cm | Niet vastgelegd | Frankrijk |
| Berner Laufhund | 49–59 cm | Niet vastgelegd | Zwitserland |
| Berner Niederlaufhund | 35–43 cm | Niet vastgelegd | Zwitserland |
| Bosanski Oštrodlaki Gonič Barak | 46–56 cm | 16–24 kg | Bosnië en Herzegovina |
| Crnogorski Planinski Gonič | 44–54 cm | Circa 20–25 kg | Montenegro |
| Erdélyi Kopó | 55–65 cm | Minimaal 25 kg | Hongarije |
| Estonian Hound | 42–52 cm | Circa 15–20 kg | Estland |
| Français Blanc et Noir | 65–72 cm | Niet vastgelegd | Frankrijk |
| Français Blanc et Orange | 62–70 cm | ± 25–30 kg | Frankrijk |
| Français Tricolore | 62–72 cm | ± 25–30 kg | Frankrijk |
| Grand Anglo-Français Blanc et Noir | 65–72 cm | Niet vastgelegd | Frankrijk |
| Grand Anglo-Français Blanc et Orange | 60–70 cm | ± 29–30 kg | Frankrijk |
| Grand Anglo-Français Tricolore | 60–70 cm | ± 28–32 kg | Frankrijk |
| Grand Gascon Saintongeois | 65–72 cm | ± 30–40 kg | Frankrijk |
| Grand Griffon Vendéen | 62–68 cm | Tot ± 35 kg | Frankrijk |
| Hannoverscher Schweisshund | 50–55 cm | 30–40 kg | Duitsland |
| Hygenhund | 50–58 cm | ± 20–25 kg | Noorwegen |
| Istarski Kratkodlaki Gonič | 49–53 cm | Niet vastgelegd | Kroatië |
| Istarski Oštrodlaki Gonič | 50–54 cm | Niet vastgelegd | Kroatië |
| Jura Laufhund | 49–59 cm | Niet vastgelegd | Zwitserland |
| Jura Niederlaufhund | 35–43 cm | ± 9–15 kg | Zwitserland |
| Luzerner Laufhund | 49–59 cm | Niet vastgelegd | Zwitserland |
| Luzerner Niederlaufhund | 35–43 cm | ± 9–15 kg | Zwitserland |
| Petit Gascon Saintongeois | 56–62 cm | ± 20–25 kg | Frankrijk |
| Rastreador Brasileiro | 60–65 cm | 26–33 kg | Brazilië |
| Sabueso Fino Colombiano | 45–50 cm (Estándar) | 15–25 kg (Estándar) | Colombia |
| Schweizer Laufhund | 49–59 cm | ± 18–23 kg | Zwitserland |
| Schweizer Niederlaufhund | 35–43 cm | Niet vastgelegd | Zwitserland |
| Schwyzer Laufhund | 49–59 cm | Niet vastgelegd | Zwitserland |
| Segugio Italiano a Pelo Raso | 52–58 cm | 18–28 kg | Italië |
| Segugio Italiano Ruwhaar | 52–60 cm | 20–28 kg | Italië |
| Smålandsstövare | 46–54 cm | Niet vastgelegd | Zweden |
| Srpski Gonič | 46–56 cm | ± 20 kg | Servië |
| Srpski Trobojni Gonič | 45–55 cm | ± 20–25 kg | Servië |
| Haldenstøver | 52–60 cm | ± 18–24 kg | Noorwegen |
| Segugio dell'Appennino | 44–50 cm | 10–18 kg | Italië |
| Billy | 60–70 cm | Circa 33–47 kg | Frankrijk |
| Harrier | 48–55 cm | Circa 20–30 kg | Groot-Brittannië |
| Dunker | 50–58 cm | Circa 11–18 kg | Noorwegen |
| Porcelaine | 55–58 cm | Niet vastgelegd | Frankrijk |
Wat deze groep typeert
Alles in deze groep begint bij de neus. Een lopende hond werkt op geur, in zijn eigen tempo, vaak buiten het gezichtsveld van de jager. Dat is de rechtstreekse verklaring voor de laagste trainbaarheidsscores van de atlas: de Bloedhond (Sint-Hubertushond) staat op één pootje, de Beagle en de Basset Hound op twee. Alleen de Dalmatiër komt met vier hoger uit. Het zijn inschattingen van de redactie op basis van de rasdossiers, en ze zeggen niets over hoe goed deze honden hun eigen werk doen.
Doorgaan is het tweede kenmerk. Bij de Beagle staat ongeveer anderhalf uur, bij de Rhodesian Ridgeback veel en bij de Dalmatiër hoog. Alle drie staan ze op één pootje voor rustig aan doen mogelijk. De Basset Hound en de Bloedhond bewegen matiger, maar dat maakt hen niet minder gedreven zodra ze een spoor te pakken hebben.
Vachtonderhoud is daarentegen de lichtste kant van deze groep. Alle 82 rassen hebben een korte vacht. De Rhodesian Ridgeback krijgt vijf pootjes voor onderhoudsarme vacht, de Beagle en de Dalmatiër vier. Kort betekent hier niet weinig haar in huis: bij de Dalmatiër staat uitdrukkelijk dat hij stevig verhaart, en de score gaat alleen over de hoeveelheid verzorgingswerk.
De rassen uit deze groep in de atlas
Met 82 rassen is dit een van de kleinere lijsten van de atlas, maar de spreiding is groot. De Beagle blijft op 33 tot 40 cm en 10 tot 11 kg, en ook de Basset Hound is met 33 tot 38 cm laag gebouwd, al weegt hij 20 tot 29 kg. Daartegenover staan de Dalmatiër (56 tot 62 cm), de Rhodesian Ridgeback (63 tot 69 cm en ongeveer 36,5 kg) en de Bloedhond (64 tot 72 cm en 46 tot 54 kg).
De verschillen in bouw volgen het terrein en het tempo van het werk. Een hond die dicht bij de grond blijft en langzaam een spoor uitwerkt, heeft een andere vorm nodig dan een hond die uren achter elkaar doorloopt in warm klimaat. De Basset Hound en de Rhodesian Ridgeback staan daarvan in deze lijst als de twee uitersten.
Op gezinsvriendelijkheid scoren de Beagle en de Basset Hound vijf pootjes, en de Beagle haalt daarnaast vijf voor kindvriendelijk. Dat maakt hem op papier de meest gezinsgerichte hond van de groep, al blijft zijn bewegingsbehoefte van anderhalf uur en zijn score van één pootje voor rustig aan doen daarbij overeind staan.
Herkomst en oorspronkelijke taak
De herkomsten in deze lijst liggen ver uit elkaar. De Beagle en de Basset Hound komen uit Groot-Brittannië, de Bloedhond uit België, de Dalmatiër uit Kroatië en de Rhodesian Ridgeback uit Zuid-Afrika. Die spreiding hoort bij het type: op elk continent was er behoefte aan een hond die een spoor kon volgen, en dus ontstond dat type op meerdere plekken.
De Bloedhond staat in de atlas met de tweede naam Sint-Hubertushond, en dat is meteen zijn Belgische wortel. Hij is met 46 tot 54 kg het zwaarste ras van de groep. Zijn ene pootje voor trainbaarheid is geen tekortkoming maar de keerzijde van waarop hij geselecteerd is: een hond die een spoor loslaat zodra iemand roept, doet zijn werk niet.
In een gezin komt die geschiedenis terug als een hond die buiten met zijn neus aan het werk is. Snuffelwandelingen waarbij je hem echt de tijd geeft, sporen uitleggen in de tuin en zoekspellen met voer sluiten hier beter op aan dan afstand maken. En omdat een spoor sterker trekt dan een oproep, hoort een lange lijn op onbekend terrein er meestal bij.
Past een ras uit deze groep bij jou?
Op geschikt voor beginners staan de Beagle en de Basset Hound met drie pootjes het hoogst, de Bloedhond op één. Dat is de eerlijkste samenvatting van deze groep: geen enkel ras is hier een vanzelfsprekende eerste hond, maar de kleinere twee zijn wel het meest vergevingsgezind. Zoek je vooral toegankelijkheid, vergelijk dan met de hondenrassen voor beginners.
Wonen zonder tuin is lastig in deze groep: alleen de Basset Hound haalt vier pootjes voor geschikt voor een appartement, de rest staat op twee. Wel halen de Basset Hound en de Rhodesian Ridgeback drie pootjes voor alleen thuis kunnen blijven, en de Bloedhond drie voor rustig aan doen mogelijk. Geen enkel ras in de atlas komt op alleen thuis blijven boven drie uit, dus dat blijft iets om vooraf in te plannen.
Er is één punt waarover geen enkele score iets zegt: geluid. Deze honden zijn gefokt om zich hoorbaar te maken tijdens het werk. Wat dat betekent in een rijhuis of een appartementsgebouw, weegt zwaarder dan een pootje meer of minder, en dat weeg je best af vóór je kiest. Wie liever in de grotere formaten kijkt, vindt de Dalmatiër, de Rhodesian Ridgeback en de Bloedhond ook bij de grote hondenrassen.
Veelgestelde vragen over fci-groep 6: lopende honden en speurhonden
Wat is FCI-groep 6?
FCI-groep 6 is de groep van de lopende honden, de speurhonden en de verwante rassen. Het gaat om honden die een spoor volgen met hun neus en daarbij lang doorgaan, meestal op afstand van de jager. In deze atlas staan er 82 rassen uit groep 6, van de Beagle tot de Bloedhond.
Waarom staat de Dalmatiër bij de speurhonden?
Omdat de FCI hem tot dit type rekent, ook al is hij vooral bekend als koetshond. De indeling volgt type en oorspronkelijk werk. In de atlas valt hij binnen deze groep op door zijn hoge bewegingsbehoefte en zijn vier pootjes voor trainbaarheid, de hoogste score van deze vijf rassen. Hij meet 56 tot 62 cm en verhaart stevig.
Hoe ga je om met een hond die vooral op zijn neus afgaat?
Geef de neus werk in plaats van hem te beconcurreren. Snuffelwandelingen waarbij je hond het tempo bepaalt, zoekspellen met voer en sporen in de tuin geven richting aan die aanleg. Op onbekend terrein is een lange lijn verstandig, want een spoor trekt bij deze rassen sterker dan een oproep. Reken daarnaast op meer herhaling bij het aanleren van basisafspraken.
Waar deze gegevens vandaan komen
Elk ras in de atlas heeft een eigen dossier met schofthoogte, gewicht, levensverwachting, bewegingsbehoefte en vachtverzorging, opgebouwd uit de rasstandaard van de FCI, publicaties van rasverenigingen en veterinaire naslagwerken. Op elke rassenpagina staat onderaan welke bronnen we voor dat ras gebruikt hebben.
De acht scores van 1 tot 5 zijn een inschatting van de redactie op basis van die dossiers, geen meting. Meer pootjes betekent altijd dat het voor jou als baas gunstiger uitkomt. Ze helpen je vergelijken en een voorselectie maken, ze vervangen geen kennismaking met een echte hond.
Deze pagina is nagekeken op 3 september 2026. Informatie op Hondenatlas is bedoeld ter oriëntatie. Twijfel je over de gezondheid of de belastbaarheid van een hond, dan is je dierenarts het juiste adres.
Verwante lijsten
- FCI-groep 7: staande jachthonden36 rassenOok jachthonden, maar geselecteerd op stilstaan bij wild in plaats van een spoor volgen.
- FCI-groep 8: retrievers, spaniels en waterhonden22 rassenDe apporteurs uit de jachthoek, met veel hogere scores op trainbaarheid.
- Grote hondenrassen158 rassenDrie van deze vijf rassen vallen in de categorie groot, tot 54 kg.




























































