Grand Anglo-Français Tricolore
Van de Poitevin heeft hij de kleur en de distinctie, van de Foxhound de lijnen en de spiermassa: de Grand Anglo-Français Tricolore geldt in Frankrijk als de robuustste van de meutehonden en jaagt op hert, ree, everzwijn en vos.
In dit artikel
De Grand Anglo-Français Tricolore in het kort
De FCI-standaard beschrijft hem als een stevige hond met Franse overhand en een zekere distinctie, waarin de Foxhound-afkomst in wisselende mate zichtbaar blijft. Zijn vacht is kort en driekleurig, meestal met een zwarte mantel en helder of koperkleurig brand.
Hij ontstond in de 19e eeuw uit kruisingen van driekleurige Poitevins met de Engelse Foxhound; de standaard dateert van 1983. In de Franse vénerie geldt hij als een tussenmodel tussen de zware en de lichte rassen, en hij wordt op wisselend wild ingezet. Benieuwd of dit type hond bij jou past? Doe verderop de match.
- Schofthoogte
- 60–70 cmzelfde maat voor reu en teef in de rasstandaard
- Gewicht
- ± 28–32 kgniet vastgelegd in de rasstandaard
- Levensverwachting
- 10–12 jaaropgave van rasbeschrijvingen, geen studie
- Beweging
- Zeer veelveelzijdige jachthond die veel terrein moet afleggen
- Vacht
- Kort, meer of minder stugdriekleur met zwarte mantel, weinig werk
- Herkomst
- FrankrijkPoitevin gekruist met de Engelse Foxhound
De Grand Anglo-Français Tricolore in scores
Elke hond in de atlas krijgt scores op dezelfde meetlat, zodat je rassen eerlijk naast elkaar kunt leggen.
Meer pootjes betekent altijd makkelijker voor jou als baas, niet "meer van die eigenschap".
Wat voor karakter heeft een Grand Anglo-Français Tricolore?
Rasbeschrijvingen noemen hem evenwichtig van temperament en aangenaam in de omgang: zacht en vriendelijk met zijn eigen mensen, en tegelijk uitgesproken zelfstandig. Dat maakt hem prettiger in huis dan menige lopende hond, zolang je zijn zelfstandigheid accepteert.
In het veld is hij een specialist in doorwerken. De Franse vénerie beschrijft hoe deze honden een spoor volgen zonder het los te laten, en dat ze pas op één wildsoort worden vastgelegd wanneer de meutehouder ze daarop africht. Hij wordt op hert, ree, everzwijn en vos ingezet.
Is een Grand Anglo-Français Tricolore geschikt als gezinshond?
Hij is de meest gebruikte van de drie Grand Anglo-Français en in Franse meutes goed vertegenwoordigd, maar als gezelschapshond blijft hij een uitzondering. Zijn temperament wordt als prettig omschreven, zijn jachtinstinct als zeer sterk.
Voor een gezin betekent dat: een hond van rond de 30 kilo die dagelijks veel terrein moet afleggen en die op een spoor niet zomaar terugkomt. In een actief gezin op het platteland kan dat werken. In een druk stadsleven zeker niet.
Past deze hond bij jou?
Zes korte vragen, je ziet meteen je match.
Kies hierboven je situatie om je persoonlijke match te zien.
Kan een Grand Anglo-Français Tricolore in een appartement wonen?
Nee. Met 60 tot 70 cm schofthoogte en een grote behoefte aan beweging past hij niet in een flat. Rasbeschrijvingen zijn hierover eenduidig: hij hoort in een landelijke omgeving met ruimte, niet in de stad.
Zijn plek is een huis met een hoge, sluitende omheining en dagelijks toegang tot bos en veld. Vrij lopen kan alleen op terrein waar het veilig is, want zodra hij een spoor oppikt, laat hij dat niet meer los.
Hoeveel beweging heeft een Grand Anglo-Français Tricolore nodig?
Veel dagelijkse activiteit, met lange tochten en de mogelijkheid om echt te lopen. Hij is gebouwd voor uitgestrekte jachtterreinen en veelzijdig gebruik: van hert en ree tot everzwijn en vos.
Vervang de jacht door lange wandelingen, uitgelegde sporen en mantrailing. Zijn neus vermoeien telt bij dit ras even zwaar als zijn poten vermoeien; een hond die alleen kilometers maakt, blijft binnenshuis onrustig.
Hoeveel verzorging vraagt de vacht van een Grand Anglo-Français Tricolore?
Weinig. Het haar is kort en meer of minder stug, met gemiddeld haarverlies; één tot twee borstelbeurten per week volstaan. De vacht is driekleurig, meestal met zwarte mantel of meer of minder verspreide platen, met helder of koperkleurig brand zonder zwarte waas.
De standaard staat ook de doorschoten haren toe die in Frankrijk 'louvard' heten, al is te veel spikkeling ongewenst. Belangrijker dan borstelen is de controle achteraf: oren, poten en huid nakijken op grasaren, doornen, schrammen en teken.
Hoe voed je een Grand Anglo-Français Tricolore op?
Met structuur, geduld en heldere gewoontes. Hij is intelligent en evenwichtig, maar eerder zelfstandig dan volgzaam: hij is geselecteerd om zonder veel africhting een spoor te volgen en dat vol te houden.
Werk maandenlang met een lange lijn en oefen de terugroep uitsluitend in situaties die je kunt winnen. Leer hem daarnaast in huis uitschakelen na een dag buiten en bouw het alleen zijn stap voor stap op.
Wat kost een Grand Anglo-Français Tricolore?
Eerlijk antwoord: betrouwbare Belgische bedragen voor de aanschaf, het voer, de dierenarts en de verzekering van een Grand Anglo-Français Tricolore zetten we hier pas neer zodra we ze met bronnen kunnen onderbouwen. Liever even geen cijfer dan een verzonnen cijfer. Reken er wel op dat een hond, groot of klein, elke maand een vast budget vraagt, en dat prijzen sterk verschillen per fokker en regio.
Wat we nu al wel kunnen zeggen over vachtverzorging: Vrijwel alleen tijd: één tot twee keer per week borstelen.
Eerlijk over de Grand Anglo-Français Tricolore
- Zijn jachtinstinct is zeer sterk. Rasbeschrijvingen waarschuwen dat hem loslaten riskant kan zijn. Reken op een leven met lange lijn en zorgvuldig gekozen losloopterrein.
- Ook in Frankrijk wordt hij minder gebruikt dan vroeger. Het ras is weinig verspreid buiten Frankrijk en zelfs daar neemt het gebruik af. Een pup vinden vraagt geduld en meestal import.
- Hij is een meutehond, geen huisgenoot in opleiding. Hij is gefokt om met tientallen soortgenoten te leven en te werken. Alleen in een stil huis zonder werk komt hij niet tot zijn recht.
- Oorontsteking hoort bij dit type hond. Rasbeschrijvingen noemen otitis expliciet als aandachtspunt. Lange hangoren plus nat terrein vragen om wekelijkse controle en drogen na de tocht.
De route van pup naar senior
Elke levensfase vraagt iets anders van je. Dit zijn de haltes waar je bij dit ras rekening mee houdt.
Band bouwen voor de neus het overneemt
Laat hem rustig veel normale dingen meemaken en maak jezelf interessant met spel en voer. Begin meteen met het alleen zijn in kleine stapjes, want een meutepup vindt eenzaamheid zwaar.
De zelfstandigheid komt boven
Hij gaat verder van je weg werken en sporen worden onweerstaanbaar. Werk consequent met een lange lijn, geef hem eenvoudig zoekwerk en bouw conditie op zonder de gewrichten van een groeiende grote hond te overbelasten.
De volwassen veelzijdige werker
Nu heeft hij de conditie voor lange dagen in wisselend terrein. Geef hem structureel loop- en neuswerk, houd hem slank en maak de controle van oren en poten na elke tocht tot vaste routine.
Senior: kortere tochten, evenveel neuswerk
Rustiger wandelingen met veel snuffelwerk houden hem tevreden. Laat gewrichten, oren, gebit en gewicht regelmatig nakijken door je dierenarts en pas de belasting aan zijn conditie aan.
Welke gezondheidsproblemen komen voor bij de Grand Anglo-Français Tricolore?
Hij geldt als een robuuste hond met een solide gezondheid, maar rasbeschrijvingen noemen enkele aandachtspunten die bij zijn bouw en zijn werk horen. Breed gezondheidsonderzoek over dit ras ontbreekt.
Otitis wordt bij dit ras expliciet als aandachtspunt genoemd. Lange hangoren die nat worden in bos en veld vragen om wekelijkse controle en drogen na elke tocht; ga bij aanhoudend kopschudden of geur naar je dierenarts.
Bij een grote hond die dagelijks veel terrein aflegt, worden heup- en elleboogdysplasie als mogelijke problemen genoemd. Vraag naar officiële beoordelingen van beide ouderdieren, ook als het rasprogramma dat niet verplicht stelt.
Er zijn geen prevalentiestudies over dit ras gevonden. Vraag de fokker naar leeftijden en doodsoorzaken in zijn lijn en naar de onderzoeken die hij bij zijn fokdieren laat doen.
Weet je niet welke uitslagen je precies moet opvragen? Download de gratis checklist “Wat vraag je een fokker?”, met alle onderzoeken die bij dit ras horen op één A4.
Waar vind je een goede pup?
De fokkerij zit in Franse jachtkringen, bij meutehouders die met deze honden op hert, ree en everzwijn jagen. Buiten Frankrijk is het ras weinig verspreid en ook in eigen land wordt het minder gebruikt dan vroeger. In Nederland registreert de Raad van Beheer stambomen en in België de KMSH (Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus), maar nesten in de Benelux zijn hoge uitzondering. Reken op import, een wachtlijst en een reis.
Vraag op welk wild de meute is vastgelegd, want dat bepaalt hoe de pups grootgebracht worden, en vraag naar oorontsteking in de lijn. Franse meutehouders plaatsen bij voorkeur bij jagers, en dat beschermt de hond. Een goede fokker toont de ouderdieren, is open over gezondheid en werkaanleg, en stelt jou minstens zoveel vragen als jij hem.
Koop je bij een kweker? Check of hij erkend is met zijn HK-nummer in de officiële lijst van Dierenwelzijn Vlaanderen.
Veelgestelde vragen over de Grand Anglo-Français Tricolore
Wat is een Grand Anglo-Français Tricolore?
Een grote Franse meutehond uit FCI-groep 6, erkend onder nummer 322. Hij ontstond in de 19e eeuw uit kruisingen van driekleurige Poitevins met de Engelse Foxhound en kreeg zijn huidige standaard in 1983.
Hoe groot wordt een Grand Anglo-Français Tricolore?
De rasstandaard geeft 60 tot 70 cm schofthoogte. Het gewicht ligt volgens rasbeschrijvingen rond 28 tot 32 kg, al legt de standaard zelf geen gewicht vast.
Op welk wild jaagt een Grand Anglo-Français Tricolore?
Hij is veelzijdig: Franse meutes zetten hem in op hert, ree, everzwijn en vos. Vaak wordt hij door de meutehouder op één wildsoort vastgelegd, zodat de meute zich niet laat afleiden door ander wild.
Is een Grand Anglo-Français Tricolore geschikt als gezinshond?
Zelden. Hij wordt als evenwichtig en zacht met zijn eigen mensen beschreven, maar zijn jachtinstinct is zeer sterk en hij heeft veel dagelijkse activiteit nodig. Loslaten in open terrein is bij dit ras riskant.
Hoe oud wordt een Grand Anglo-Français Tricolore?
Rasbeschrijvingen geven een levensverwachting van ongeveer 10 tot 12 jaar. Hij geldt als robuust, met oorontsteking en gewrichtsdysplasie als de aandachtspunten die het vaakst genoemd worden.
Bronnen bij deze pagina (3)
- FCI-rasstandaard 322 (Grand Anglo-Français Tricolore), standaard van 27.01.1983, stevige hond met Franse overhand en een zekere distinctie waarin de Foxhound-afkomst in wisselende mate zichtbaar is, schofthoogte 60-70 cm, kort en meer of minder stug haar, driekleur met zwarte mantel of platen en helder of koperkleurig brand zonder zwarte waas, 'louvard'-haren toegestaan, indeling in groep 6 sectie 1.1 met werkproeven.
- Société de Vénerie: le grand anglo-français tricolore, ontwikkeling in de 19e eeuw onder impuls van meutehouders, positie als tussenmodel tussen zware en lichte rassen ('van de eerste de vacht, het evenwicht en de distinctie; van de tweede de lijnen, de spiermassa en de dikte'), veelzijdig gebruik op hert, ree, everzwijn en vos, honden die een spoor volgen zonder los te laten en die op één wildsoort worden vastgelegd, en zijn reputatie als de robuustste van de meutehonden.
- Wamiz: Grand anglo-français tricolore, ontstaan uit Foxhound en Haut-Poitevin met waarschijnlijk lichte Saintongeoise invloed, zeldzaam en weinig verspreid buiten Frankrijk en ook in eigen land minder gebruikt, zacht en vriendelijk met de familie maar eerder zelfstandig, gewicht 28-30 kg, robuuste gezondheid met otitis als aandachtspunt.