Grand Gascon Saintongeois
Groot, wit met zwarte platen en met de diepste, meest klagende stem van de Franse meutehonden: de Grand Gascon Saintongeois is de specialist van de moeilijke sporen, en de grote van de twee variëteiten binnen zijn rasstandaard.
In dit artikel
De Grand Gascon Saintongeois in het kort
De FCI-standaard beschrijft binnen nummer 21 twee variëteiten. De grand is de oorspronkelijke: reuen van 65 tot 72 cm, teven van 62 tot 68 cm, met een tolerantie van 1 cm. De petit, met 56 tot 62 cm voor reuen, werd pas midden 20e eeuw uit de kleinste pups geselecteerd voor de hazenjacht.
Hij ontstond halverwege de 19e eeuw toen graaf Joseph de Carayon-Latour de laatste honden van Saintonge kruiste met de Bleu de Gascogne. De standaard noemt hem een meutehond bij uitstek: fijne neus, ruim zoekend en met een zeer sonore stem. Benieuwd of dit type hond bij jou past? Doe verderop de match.
- Schofthoogte
- 65–72 cmteef 62–68 cm; de petit-variëteit blijft kleiner
- Gewicht
- ± 30–40 kgniet vastgelegd in de rasstandaard
- Levensverwachting
- 11–13 jaargemiddeld ongeveer 12 jaar
- Beweging
- Minimaal 2 uurper dag; hij kan een hele dag jagen
- Vacht
- Kort en aanliggendwit met zwarte platen en quatroeillé-aftekening
- Herkomst
- Frankrijkzuidwesten, uit Saintonge en Bleu de Gascogne
De Grand Gascon Saintongeois in scores
Elke hond in de atlas krijgt scores op dezelfde meetlat, zodat je rassen eerlijk naast elkaar kunt leggen.
Meer pootjes betekent altijd makkelijker voor jou als baas, niet "meer van die eigenschap".
Wat voor karakter heeft een Grand Gascon Saintongeois?
De rasstandaard omschrijft hem als kalm, aanhankelijk en gevoelig voor bevelen. Voor een meutehond die op groot wild wordt ingezet, is dat een opvallend zachte omschrijving, en Franse meutehouders bevestigen dat beeld.
In het werk is hij een specialist in het moeilijke: hij zoekt nachtsporen op de grond op en werkt door waar andere honden het spoor kwijtraken. Zijn stem is zijn handtekening: sonoor, overvloedig, diep en zwaar van toon, met heel eigen modulaties en een uitgesproken huilend karakter.
Is een Grand Gascon Saintongeois geschikt als gezinshond?
Zijn karakter zou het toelaten: hij is aanhankelijk, kalm en gaat prettig om met mensen en soortgenoten. In Frankrijk leeft hij toch vrijwel altijd in een meute of bij een jager, en dat heeft alles te maken met zijn uithoudingsvermogen en zijn stem.
Wie hem als huishond wil, moet minstens twee uur stevige beweging per dag kunnen bieden en op een plek wonen waar zijn geluid niemand stoort. Onder die voorwaarden is hij een aangename, evenwichtige huisgenoot die weinig conflict zoekt.
Past deze hond bij jou?
Zes korte vragen, je ziet meteen je match.
Kies hierboven je situatie om je persoonlijke match te zien.
Kan een Grand Gascon Saintongeois in een appartement wonen?
Nee. Reuen halen 65 tot 72 cm schofthoogte en wegen rond de 30 tot 40 kilo. Zo'n hond past niet in een flat, en zijn diepe, huilende stem is bedoeld om over kilometers hoorbaar te zijn.
Zijn plek is een huis met een goed omheinde tuin in landelijk gebied, met dagelijks toegang tot bos en veld. Loslopen buiten omheind terrein blijft riskant: hij zoekt ruim en volgt een spoor tot ver van huis.
Hoeveel beweging heeft een Grand Gascon Saintongeois nodig?
Minstens twee uur stevige beweging per dag, en dat is een ondergrens. Hij is gefokt om een hele jachtdag vol te houden op wisselend wild, van haas tot groot wild, alleen of in de meute.
Jaag je niet, dan zijn lange tochten, uitgelegde sporen en mantrailing de dichtstbijzijnde vervanging. Zijn kracht ligt in koude, oude sporen: eenvoudig zoekwerk verveelt hem sneller dan een lastige opdracht.
Hoeveel verzorging vraagt de vacht van een Grand Gascon Saintongeois?
Weinig werk. Het haar is kort en aanliggend, met wit als grondkleur en zwarte platen. Typisch zijn de tanaftekeningen op de wangen en boven de ogen die hem het 'quatroeillé' oftewel vieroog-uiterlijk geven, plus de kenmerkende bladbruine vlek die in Frankrijk de reebokvlek heet.
Wat wel routine moet worden: na elke tocht zijn lange hangoren, poten, tussentenen en huid controleren op vuil, grasaren, wondjes en teken. Oorontsteking is bij hangoorhonden een van de meest voorkomende redenen voor een dierenartsbezoek.
Hoe voed je een Grand Gascon Saintongeois op?
Met rust en herhaling, want hij is gevoelig voor bevelen en heeft geen harde hand nodig. Zijn kalme inborst maakt hem prettig te trainen, zolang je hem niet overvraagt in een omgeving vol geuren.
Zet vroeg in op de terugroep en werk lang met een lange lijn, want hij zoekt van nature ruim. Oefen daarnaast het alleen zijn in kleine stappen: een hond die uit een meute komt, moet leren dat stilte en afwezigheid normaal zijn.
Wat kost een Grand Gascon Saintongeois?
Eerlijk antwoord: betrouwbare Belgische bedragen voor de aanschaf, het voer, de dierenarts en de verzekering van een Grand Gascon Saintongeois zetten we hier pas neer zodra we ze met bronnen kunnen onderbouwen. Liever even geen cijfer dan een verzonnen cijfer. Reken er wel op dat een hond, groot of klein, elke maand een vast budget vraagt, en dat prijzen sterk verschillen per fokker en regio.
Wat we nu al wel kunnen zeggen over vachtverzorging: Vrijwel alleen tijd: wekelijks borstelen volstaat.
Eerlijk over de Grand Gascon Saintongeois
- Zijn stem is de diepste van de Franse meutehonden. Sonoor, overvloedig, zwaar van toon en uitgesproken huilend. In het veld is dat zijn grootste kwaliteit; in een woonwijk het probleem waar het op stukloopt.
- Twee uur beweging per dag is een minimum. Rasbeschrijvingen zijn daar helder over. Wie dat niet elke dag kan bieden, ook in de winter en bij regen, moet dit ras niet kiezen.
- Ook in Frankrijk wordt hij zeldzamer. Het ras is zelfs in eigen land steeds minder algemeen. Voor een pup reis je in de praktijk naar Frankrijk, met een wachttijd erbij.
- Grand en petit zijn hetzelfde ras, niet dezelfde hond. Beide vallen onder FCI-nummer 21, maar de grand is duidelijk groter en zwaarder. Ook de petit is met 56 tot 62 cm nog steeds een grote hond.
De route van pup naar senior
Elke levensfase vraagt iets anders van je. Dit zijn de haltes waar je bij dit ras rekening mee houdt.
Wennen aan een huis zonder meute
Laat hem rustig veel normale dingen meemaken en investeer spelenderwijs in de terugroep. Begin meteen met het alleen zijn in kleine stapjes, want dat is voor een meutepup het lastigste onderdeel.
Groeien en ruim leren zoeken
Hij wordt zwaar en groeit snel: bouw conditie geleidelijk op en vermijd lange stukken op hard terrein. Ondertussen groeit zijn zoekradius, dus werk consequent met een lange lijn en geef hem eenvoudig zoekwerk.
De specialist van het moeilijke spoor
Nu komt zijn uithoudingsvermogen tot volle wasdom en kan hij hele dagen aan. Geef hem structureel loop- en neuswerk met oplopende moeilijkheid en houd hem slank, zodat gewrichten en pezen het jarenlang volhouden.
Senior: kortere tochten, dezelfde neus
Rustiger wandelingen met veel snuffelwerk houden hem tevreden. Laat gewrichten, oren, gebit en gewicht regelmatig nakijken door je dierenarts en pas de belasting aan zijn conditie aan.
Welke gezondheidsproblemen komen voor bij de Grand Gascon Saintongeois?
Rasbeschrijvingen noemen drie aandachtspunten die bij zijn bouw en zijn werk horen. Er is geen breed gepubliceerd gezondheidsonderzoek over dit ras, dus vraag gericht door bij de fokker.
Een maagdraaiing wordt bij dit ras als risico genoemd en is bij grote, diepborstige honden een spoedgeval. Laat hem niet vlak voor of na zware inspanning grote hoeveelheden eten en laat je door je dierenarts uitleggen welke signalen alarm zijn.
Zijn lange hangoren en het werk in nat, doornig terrein maken oorontsteking waarschijnlijk. Controleer de oren wekelijks en droog ze na elke tocht; ga bij aanhoudend kopschudden of een vieze geur naar je dierenarts.
Gewrichtsproblemen worden bij dit zware ras als aandachtspunt genoemd. Vraag naar een officiële heup- en elleboogbeoordeling van beide ouderdieren en houd de hond zijn hele leven slank.
Er zijn geen prevalentiestudies over dit ras gevonden. Vraag de fokker naar leeftijden en doodsoorzaken in zijn lijn en naar de onderzoeken die hij bij zijn fokdieren laat doen.
Weet je niet welke uitslagen je precies moet opvragen? Download de gratis checklist “Wat vraag je een fokker?”, met alle onderzoeken die bij dit ras horen op één A4.
Waar vind je een goede pup?
De fokkerij zit in het zuidwesten van Frankrijk, bij jagers en meutehouders. Het ras wordt ook in eigen land zeldzamer, en voor een pup reis je in de praktijk naar Frankrijk. In Nederland registreert de Raad van Beheer stambomen en in België de KMSH (Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus), maar nesten in de Benelux zijn hoge uitzondering.
Wees eerlijk over je plannen en vraag expliciet naar de variëteit: grand en petit vallen onder dezelfde standaard, maar verschillen flink in formaat. Een goede fokker toont de ouderdieren, laat zien hoe de honden gehuisvest zijn, is open over gezondheid en werkaanleg, en stelt jou minstens zoveel vragen als jij hem.
Koop je bij een kweker? Check of hij erkend is met zijn HK-nummer in de officiële lijst van Dierenwelzijn Vlaanderen.
Veelgestelde vragen over de Grand Gascon Saintongeois
Wat is een Grand Gascon Saintongeois?
De grote variëteit van het Franse ras Gascon Saintongeois, FCI-nummer 21 in groep 6. Hij ontstond halverwege de 19e eeuw toen graaf Joseph de Carayon-Latour de laatste honden van Saintonge kruiste met de Bleu de Gascogne.
Hoe groot wordt een Grand Gascon Saintongeois?
Reuen meten 65 tot 72 cm schofthoogte en teven 62 tot 68 cm, met 1 cm tolerantie. Het gewicht ligt in de praktijk rond 30 tot 40 kg, al legt de rasstandaard geen gewicht vast.
Wat is het verschil tussen de grand en de petit Gascon Saintongeois?
Ze vallen onder dezelfde FCI-standaard, maar verschillen in maat en gebruik. De grand is de oorspronkelijke, grote hond voor groot wild; de petit werd midden 20e eeuw uit de kleinste pups geselecteerd en is een hazenspecialist van 56 tot 62 cm bij reuen.
Wat voor karakter heeft een Grand Gascon Saintongeois?
De rasstandaard noemt hem kalm, aanhankelijk en gevoelig voor bevelen. In het werk is hij een meutehond met een fijne neus die ruim zoekt, gespecialiseerd in moeilijke en koude sporen, met een zeer diepe en dragende stem.
Hoeveel beweging heeft een Grand Gascon Saintongeois nodig?
Rasbeschrijvingen noemen minimaal twee uur stevige beweging per dag, omdat hij in staat is een hele dag te jagen. Alleen wandelen volstaat niet: hij heeft ook zoekwerk voor zijn neus nodig om tevreden te zijn.
Bronnen bij deze pagina (3)
- FCI-rasstandaard 21 (Gascon Saintongeois), twee variëteiten met maten (grand reu 65-72 cm en teef 62-68 cm; petit reu 56-62 cm en teef 54-59 cm) met 1 cm tolerantie, historiek van graaf Joseph de Carayon-Latour die de Saintonge-hond kruiste met de Bleu de Gascogne, kort en aanliggend haar, wit met zwarte platen, quatroeillé-aftekening en de reebokvlek, temperament kalm, aanhankelijk en gevoelig voor bevelen, meutehond bij uitstek met fijne neus, ruim zoeken en zeer sonore stem.
- Société de Vénerie: le grand gascon saintongeois, veelzijdig gebruik voor jacht met het geweer en soms voor de drijfjacht op groot wild en haas, in meute of alleen als speurhond, karakter kalm en gehoorzaam, jachtstijl als specialist van het moeilijke die nachtsporen op de grond opzoekt, en de omschrijving van zijn stem als sonoor, overvloedig, diep en zwaar van toon met zeer kenmerkende modulaties en een huilend karakter.
- Wamiz UK: Gascon Saintongeois, gewicht circa 30-40 kg, levensverwachting 11 tot 13 jaar met een gemiddelde van 12 jaar, minimaal twee uur stevige beweging per dag omdat hij een hele dag kan jagen, aanhankelijk en loyaal karakter, aandachtspunten oorontsteking, maagtorsie en gewrichtsproblemen, en de vaststelling dat het ras zelfs in Frankrijk zeldzaam wordt.