Billy
Groot, wit en licht op de been: de Billy is een Franse meutehond die op ree en everzwijn jaagt. Hij bestaat dankzij één familie die het ras twee keer uit bijna-uitsterven terughaalde, en leeft nog altijd vrijwel alleen in jachtmeutes.

In dit artikel
De Billy in het kort
De FCI-rasstandaard beschrijft de Billy als een goed gebouwde hond, sterk maar toch licht, met een korte, harde vacht die zuiver wit is of melkkoffiewit, soms met lichte oranje of citroenkleurige platen. Reuen meten 60 tot 70 centimeter, teven 58 tot 62.
Het ras werd in de negentiende eeuw gemaakt door Gaston Hublot de Rivault op zijn Château de Billy in Poitou, uit drie oude Poitou-slagen: de Montemboeuf, de Céris en de Larrye. Na de ontbinding van de meute in 1927 en de Tweede Wereldoorlog herbouwde zijn zoon het ras met onder meer Poitevin, Porcelaine en Harrier. Benieuwd of zo'n meutehond bij jou past? Doe verderop de match.
- Schofthoogte
- 60–70 cmteef 58–62 cm
- Gewicht
- Circa 33–47 kgde rasstandaard legt geen gewicht vast
- Levensverwachting
- Niet vastgelegdgeen betrouwbaar rasgemiddelde gepubliceerd
- Beweging
- Zeer veelgebouwd voor lange jachtdagen op ree en everzwijn
- Vacht
- Kort en hardwit of melkkoffiewit, weinig werk
- Herkomst
- Frankrijkmeutehond uit Poitou, ras opgebouwd vanaf de 19e eeuw
De Billy in scores
Elke hond in de atlas krijgt scores op dezelfde meetlat, zodat je rassen eerlijk naast elkaar kunt leggen.
Meer pootjes betekent altijd makkelijker voor jou als baas, niet "meer van die eigenschap".
Wat voor karakter heeft een Billy?
De rasstandaard zegt over karakter vooral wat niet mag: agressieve of overdreven schuwe honden worden gediskwalificeerd. Wat overblijft is het beeld dat Franse jagers schetsen: een sociale, gedreven meutehond die uitstekend samenwerkt met soortgenoten.
Zijn drijfveer is het spoor. Hij galoppeert licht en volhardend achter ree en everzwijn aan en geeft daarbij geluid, zoals elke Franse chien courant. In huis is hij daardoor eerder een hond die tot rust komt na een lange dag buiten dan een hond die uit zichzelf rustig is.
Is een Billy geschikt als gezinshond?
Zelden. Het ras leeft bijna volledig in Franse jachtmeutes en is daar ook op geselecteerd: leven en werken in groep, hele dagen in het veld. Rasbronnen benoemen dat hij een ervaren begeleider vraagt en geen doorsnee huisgenoot is.
Kan het? Alleen als jacht of intensief speurwerk een vast deel van jullie leven wordt en je ruimte, tijd en ervaring hebt. Voor een gezin dat een grote, vriendelijke huishond zoekt, zijn er logischer keuzes in de atlas.
Past deze hond bij jou?
Zes korte vragen, je ziet meteen je match.
Kies hierboven je situatie om je persoonlijke match te zien.
Kan een Billy in een appartement wonen?
Nee, dat raden we af. Een hond van 60 tot 70 centimeter die is gebouwd om hele dagen te galopperen en die op het spoor luid geeft, komt in een flat met gedeelde gangen voortdurend tekort.
Zijn plek is een huis met een hoge, stevige omheining in landelijk gebied, met dagelijkse toegang tot bos en veld. Loslopen buiten omheind terrein is riskant: op een vers spoor van ree of everzwijn is hij binnen enkele minuten verdwenen.
Hoeveel beweging heeft een Billy nodig?
Zeer veel. Hij is bewust licht gehouden bij een groot formaat, precies om lang te kunnen doorgaan. In de meute loopt hij dagen die met geen enkele wandeling te vergelijken zijn.
Jaag je niet, dan kom je in de buurt met lange tochten, uitgelegde sporen en mantrailing, aangevuld met rustig meelopen naast de fiets als hij volgroeid is. Zorg dat hij zowel zijn poten als zijn neus kwijt kan: alleen kilometers maken hem fit, maar niet tevreden.
Hoeveel verzorging vraagt de vacht van een Billy?
Bijna niets. De vacht is kort en hard aanvoelend, soms wat grof, en is zuiver wit of melkkoffiewit, eventueel met lichte oranje of citroenkleurige platen of een mantel. Af en toe borstelen volstaat.
Wat wel routine moet worden: na elke tocht zijn hangoren, poten, huid en tussentenen nakijken op vuil, grasaren, wondjes en teken. Een korte witte vacht laat schrammen bovendien duidelijk zien, wat het opmerken van blessures vergemakkelijkt.
Hoe voed je een Billy op?
Met rust, duidelijkheid en veel herhaling. Hij is gewend om in groep te werken en reageert goed op vriendelijke begeleiding, maar hij is geen hond die van nature op jouw stem let zodra er wild in de buurt is.
Zet vroeg in op het komen als je roept en werk jarenlang met een lange lijn. Leer hem daarnaast in huis uitschakelen en oefen bewust dat hij ook zonder andere honden tot rust komt, want dat is voor een meutehond het lastigste onderdeel.
Wat kost een Billy?
Eerlijk antwoord: betrouwbare Belgische bedragen voor de aanschaf, het voer, de dierenarts en de verzekering van een Billy zetten we hier pas neer zodra we ze met bronnen kunnen onderbouwen. Liever even geen cijfer dan een verzonnen cijfer. Reken er wel op dat een hond, groot of klein, elke maand een vast budget vraagt, en dat prijzen sterk verschillen per fokker en regio.
Wat we nu al wel kunnen zeggen over vachtverzorging: Vrijwel alleen tijd: af en toe borstelen volstaat.
Eerlijk over de Billy
- Dit is in de eerste plaats een meutehond. Hij is gefokt om in groep te leven en te werken. Een leven als enige hond in een gezin zonder jachtwerk sluit daar slecht bij aan.
- Hij geeft geluid, en dat draagt. Als Franse chien courant meldt hij luid wat hij ruikt. In het veld is dat de bedoeling, in een woonwijk is het een dagelijks probleem.
- Zijn formaat vraagt ruimte en budget. Met 60 tot 70 centimeter en tot ongeveer 47 kilo schalen voer, medicatie, verzekering en vervoer allemaal mee. Reken ook op een hoge, stevige omheining.
- Het ras is en blijft zeldzaam. De Billy overleefde twee keer ternauwernood en telt vandaag nog maar enkele meutes. Reken op import uit Frankrijk, wachten en een fokker die aan jagers plaatst.
De route van pup naar senior
Elke levensfase vraagt iets anders van je. Dit zijn de haltes waar je bij dit ras rekening mee houdt.
Band bouwen en breed socialiseren
Laat hem rustig veel normale dingen meemaken en investeer spelenderwijs in de terugroep. Begin meteen met het alleen zijn in kleine stapjes, want dat is voor een meutehond het lastigste onderdeel.
Groot worden zonder te forceren
Hij groeit lang door en wordt zwaar. Houd wandelingen rustig, vermijd springen en lange stukken op hard terrein, en bouw conditie stap voor stap op. Ondertussen wordt zijn neus dominanter: blijf met een lange lijn werken.
De volwassen loper
Nu komt zijn uithoudingsvermogen tot volle wasdom en kan hij lange dagen aan. Geef hem structureel loop- en neuswerk en houd hem slank, zodat gewrichten en pezen het jarenlang volhouden.
Senior: kortere tochten, dezelfde neus
Grote honden worden eerder senior. Rustiger wandelingen met veel snuffelwerk houden hem tevreden; laat gewrichten, gebit en gewicht regelmatig nakijken door je dierenarts en pas de belasting aan zijn conditie aan.
Welke gezondheidsproblemen komen voor bij de Billy?
De Billy is functioneel gebouwd en wordt op werkvermogen geselecteerd, maar het ras is klein in aantal en er is geen breed gepubliceerd gezondheidsonderzoek over. Vraag daarom gericht door bij de fokker.
Er zijn geen prevalentiestudies over erfelijke aandoeningen bij dit ras gevonden. Vraag naar leeftijden en doodsoorzaken in de lijn, en naar welke onderzoeken de fokker bij zijn fokdieren laat doen.
Het ras is twee keer bijna uitgestorven en telt nog maar enkele meutes. Bij zulke aantallen is de verwantschap tussen honden hoog; vraag de fokker naar de inteeltcoëfficiënt van het nest en hoe hij die probeert laag te houden.
Een grote hond die lange dagen galoppeert, heeft baat bij gezonde heupen en ellebogen. Vraag naar een officiële heupbeoordeling van beide ouderdieren, ook als het rasprogramma dat niet verplicht stelt.
Hangoren en werk in dicht struikgewas vragen om vaste controle op ontstoken oren, grasaren, schrammen en oogirritatie. Dat is geen erfelijk probleem, maar wel de meest voorkomende reden voor een dierenartsbezoek bij dit type hond.
Weet je niet welke uitslagen je precies moet opvragen? Download de gratis checklist “Wat vraag je een fokker?”, met alle onderzoeken die bij dit ras horen op één A4.
Waar vind je een goede pup?
De fokkerij zit vrijwel volledig in Frankrijk, bij een handvol meutes. In Nederland registreert de Raad van Beheer stambomen, in België de KMSH (Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus), maar nesten in de Benelux zijn hoge uitzondering. Reken op import, een lange wachtlijst en een reis om de honden zelf te zien.
Wees eerlijk over je plannen: Franse fokkers plaatsen hun pups bij voorkeur bij jagers of meutehouders, en dat beschermt de hond. Een goede fokker toont de ouderdieren, laat zien hoe de honden gehuisvest zijn, is open over verwantschap en werkaanleg, en stelt jou minstens zoveel vragen als jij hem.
Koop je bij een kweker? Check of hij erkend is met zijn HK-nummer in de officiële lijst van Dierenwelzijn Vlaanderen.
Veelgestelde vragen over de Billy
Wat is een Billy?
Een grote Franse meutehond uit FCI-groep 6, sectie grote lopende honden. Hij werd in de negentiende eeuw opgebouwd in Poitou uit drie oude streekslagen en jaagt vooral op ree en everzwijn.
Hoe groot wordt een Billy?
Reuen meten 60 tot 70 centimeter schofthoogte en teven 58 tot 62 centimeter. De rasstandaard legt geen gewicht vast; rasbronnen noemen een gewicht dat oploopt tot ongeveer 47 kilo.
Is een Billy geschikt als gezinshond?
Zelden. Hij leeft vrijwel uitsluitend in Franse jachtmeutes en is geselecteerd om in groep hele dagen in het veld te werken. Zonder jacht of intensief speurwerk en veel ruimte komt hij niet tot zijn recht.
Waarom is de Billy zo zeldzaam?
Het ras stond twee keer op het punt te verdwijnen: de oorspronkelijke meute werd in 1927 ontbonden en de Tweede Wereldoorlog decimeerde de resterende honden. De zoon van de stichter bouwde het ras opnieuw op, maar er bestaan nog altijd maar enkele meutes.
Hoeveel beweging heeft een Billy nodig?
Zeer veel. Hij is licht gebouwd bij een groot formaat om lang te kunnen galopperen achter groot wild. Twee uur buiten per dag is een ondergrens, en dan nog moet er loop- en neuswerk in zitten.
Bronnen bij deze pagina (4)
- FCI-rasstandaard 25 (Billy), groep 6 sectie 1.1 (grote lopende honden), herkomst Frankrijk, standaard gepubliceerd op 28.12.1973, schofthoogte 60-70 en 58-62 cm, korte harde vacht, kleuren wit of melkkoffiewit met eventueel oranje of citroenkleurige platen, en de diskwalificatie van agressieve of overdreven schuwe honden.
- Wikipedia: Billy (dog), ontstaan in de negentiende eeuw bij Gaston Hublot de Rivault op Château de Billy in Poitou uit de Montemboeuf, Céris en Larrye, de ontbinding van de meute in 1927, de heropbouw na de Tweede Wereldoorlog met Poitevin, Porcelaine en Harrier, het gewicht tot circa 47 kg en het gebruik op ree en everzwijn.
- Société de Vénerie: le Billy, de indeling als chien courant in FCI-groep 6 met werkproef, de omschrijving als goed gebouwde, sterke maar lichte hond die vlot galoppeert, en de schofthoogtes en vachtkleuren volgens de Franse standaard.
- Foto: MylèneTM, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons, herofoto van deze pagina.