Grand Anglo-Français Blanc et Orange
Wit met citroengele of oranje platen en een hoofd waarin het Engelse bloed het duidelijkst doorschemert: de Grand Anglo-Français Blanc et Orange is de zeldzaamste van de drie anglo-français-meutehonden.
In dit artikel
De Grand Anglo-Français Blanc et Orange in het kort
De FCI-standaard beschrijft hem als een tamelijk sterke, krachtige hond van 60 tot 70 cm die volgens diezelfde standaard meer Engels bloed in zijn hoofd toont dan zijn driekleurige soortgenoot: een brede, vlakke schedel met een duidelijk gemarkeerde stop.
Hij ontstond eind 19e eeuw uit kruisingen van de Billy met de Engelse Foxhound; de naam Anglo-Français werd pas in 1957 officieel. Er worden per jaar zeer weinig nesten geregistreerd, waardoor hij zelfs in Frankrijk zeldzaam blijft. Benieuwd of dit type hond bij jou past? Doe verderop de match.
- Schofthoogte
- 60–70 cmzelfde maat voor reu en teef
- Gewicht
- ± 29–30 kgniet vastgelegd in de rasstandaard
- Levensverwachting
- 10–12 jaaropgave van rasbeschrijvingen, geen studie
- Beweging
- Zeer veellange wandelingen en vrij lopen in veilig terrein
- Vacht
- Kort en niet te dikwit-citroen of wit-oranje, weinig werk
- Herkomst
- Frankrijkmeutehond uit Billy en Foxhound
De Grand Anglo-Français Blanc et Orange in scores
Elke hond in de atlas krijgt scores op dezelfde meetlat, zodat je rassen eerlijk naast elkaar kunt leggen.
Meer pootjes betekent altijd makkelijker voor jou als baas, niet "meer van die eigenschap".
Wat voor karakter heeft een Grand Anglo-Français Blanc et Orange?
Rasbeschrijvingen noemen hem een veelzijdige lopende hond die vriendelijk en intelligent is en zachtaardig omgaat met kinderen. Tegelijk wordt hij omschreven als weinig gehoorzaam: hij luistert wanneer het hem uitkomt, en op een spoor komt het hem zelden uit.
De FCI-standaard zelf zwijgt over temperament en beschrijft alleen de bouw. Wat de standaard wel benoemt, is de invloed van de Foxhound in zijn hoofd, met een brede vlakke schedel en een duidelijke stop. Dat Engelse bloed maakt hem in het veld een stevige, doorwerkende hond.
Is een Grand Anglo-Français Blanc et Orange geschikt als gezinshond?
Zijn zachte omgang met kinderen pleit voor hem, maar hij blijft een jachthond die in Frankrijk vrijwel uitsluitend in meutes leeft. Buiten Frankrijk kom je hem praktisch niet tegen, dus de vraag is voor de meeste gezinnen theoretisch.
Kies je hem toch, dan koop je een sporthond van rond de 30 kilo die dagelijks lang buiten moet zijn. In een gezin dat veel wandelt, aan mantrailing doet en op het platteland woont, kan dat werken. In een druk stadsgezin niet.
Past deze hond bij jou?
Zes korte vragen, je ziet meteen je match.
Kies hierboven je situatie om je persoonlijke match te zien.
Kan een Grand Anglo-Français Blanc et Orange in een appartement wonen?
Nee. Met 60 tot 70 cm schofthoogte en een uitgesproken behoefte aan dagelijkse activiteit hoort hij niet in een flat. Bovendien is hij als meutehond gebouwd om zijn vondsten luid te melden.
Zijn plek is een huis met een goed omheinde tuin, liefst landelijk, met dagelijks toegang tot bos en veld. Vrij lopen kan alleen op terrein waar hij veilig zijn neus mag volgen, want een spoor weegt bij dit ras zwaarder dan je stem.
Hoeveel beweging heeft een Grand Anglo-Français Blanc et Orange nodig?
Veel. Rasbeschrijvingen spreken van veel dagelijkse activiteit met lange wandelingen en vrij lopen. Hij is gefokt om achter groot wild grote afstanden af te leggen, en dat vraagt meer dan een rondje door de wijk.
Vervang de jacht door lange tochten, uitgelegde sporen en mantrailing. Zijn neus laten werken is bij dit ras minstens zo belangrijk als zijn poten laten werken; een hond die alleen kilometers maakt, blijft onrustig in huis.
Hoeveel verzorging vraagt de vacht van een Grand Anglo-Français Blanc et Orange?
Nauwelijks werk. Zijn haar is kort en niet te dik; één tot twee borstelbeurten per week volstaan. De kleur is wit-citroen of wit-oranje, waarbij het oranje volgens de standaard niet zo donker mag zijn dat het naar rood neigt.
Zijn oren vragen wel structurele aandacht. Controleer ze na elke tocht op vuil, parasieten en irritatie, en kijk meteen poten, tussentenen en huid na op grasaren, doornen en teken.
Hoe voed je een Grand Anglo-Français Blanc et Orange op?
Met vriendelijkheid, geduld en realistische doelen. Hij is intelligent maar weinig gezagsgetrouw, dus werk met korte, positieve sessies en met beloningen die opwegen tegen de omgeving. Straf werkt bij dit type hond averechts.
Werk maandenlang met een lange lijn voor je aan vrijheid denkt en oefen de terugroep alleen in situaties die je kunt winnen. Leer hem daarnaast rustig alleen blijven en in huis uitschakelen na een dag buiten.
Wat kost een Grand Anglo-Français Blanc et Orange?
Eerlijk antwoord: betrouwbare Belgische bedragen voor de aanschaf, het voer, de dierenarts en de verzekering van een Grand Anglo-Français Blanc et Orange zetten we hier pas neer zodra we ze met bronnen kunnen onderbouwen. Liever even geen cijfer dan een verzonnen cijfer. Reken er wel op dat een hond, groot of klein, elke maand een vast budget vraagt, en dat prijzen sterk verschillen per fokker en regio.
Wat we nu al wel kunnen zeggen over vachtverzorging: Vrijwel alleen tijd: één tot twee keer per week borstelen.
Eerlijk over de Grand Anglo-Français Blanc et Orange
- Dit is de zeldzaamste van de drie Grand Anglo-Français. Er worden per jaar zeer weinig nesten geregistreerd en buiten Frankrijk is hij praktisch niet te vinden. Reken op import en op wachten.
- Gehoorzaamheid is niet zijn sterkste kant. Rasbeschrijvingen zijn daar eerlijk over: hij is vriendelijk en intelligent, maar volgt vooral zijn eigen plan zodra er een geur is.
- Zijn stem hoort bij het werk. Melden is bij een meutehond gewenst gedrag. In een rijhuis of een appartement wordt datzelfde geluid binnen een week een probleem.
- Oorontsteking is bij dit type hond een klassieker. Lange hangoren plus werk in nat, doornig terrein vragen om wekelijkse controle, niet om afwachten tot hij zijn kop schudt.
De route van pup naar senior
Elke levensfase vraagt iets anders van je. Dit zijn de haltes waar je bij dit ras rekening mee houdt.
Breed socialiseren en band bouwen
Laat hem rustig veel normale dingen meemaken en maak jezelf interessant met spel en voer, want later concurreer je met geuren. Start meteen met het alleen zijn in kleine stapjes.
De neus wordt de baas
Zijn actieradius groeit en de terugroep wordt onbetrouwbaar. Werk consequent met een lange lijn, geef hem eenvoudig zoekwerk en bouw conditie geleidelijk op zonder jonge gewrichten van een grote hond te overbelasten.
De volwassen loper
Nu heeft hij de conditie voor lange dagen buiten. Geef hem structureel loop- en neuswerk, houd hem slank en maak de oorcontrole na elke tocht tot vaste routine.
Senior: kortere tochten, evenveel snuffelwerk
Rustiger wandelingen met veel zoekwerk houden hem tevreden. Laat gewrichten, oren, gebit en gewicht regelmatig nakijken door je dierenarts en pas de belasting aan zijn conditie aan.
Welke gezondheidsproblemen komen voor bij de Grand Anglo-Français Blanc et Orange?
Hij geldt als een robuuste hond, maar rasbeschrijvingen noemen twee aandachtspunten die bij zijn bouw horen. Breed gezondheidsonderzoek over dit ras ontbreekt, dus vraag gericht door bij de fokker.
Heupdysplasie wordt bij dit ras als mogelijk probleem genoemd. Vraag naar een officiële heupbeoordeling van beide ouderdieren en laat je door je dierenarts uitleggen wat de uitslagen betekenen voor een hond die veel loopt.
Ook de ellebogen worden als aandachtspunt genoemd. Bij een grote hond die dagelijks lange afstanden aflegt, is een officiële elleboogbeoordeling van de ouderdieren een redelijke vraag aan de fokker.
Lange, laag aangezette hangoren in combinatie met werk in nat terrein maken oorontsteking waarschijnlijker. Wekelijks controleren en na elke tocht drogen scheelt veel dierenartsbezoeken.
Er zijn geen prevalentiestudies over dit zeldzame ras gevonden. Vraag de fokker naar leeftijden en doodsoorzaken in zijn lijn en naar de verwantschap tussen de ouderdieren, want de populatie is klein.
Weet je niet welke uitslagen je precies moet opvragen? Download de gratis checklist “Wat vraag je een fokker?”, met alle onderzoeken die bij dit ras horen op één A4.
Waar vind je een goede pup?
Dit ras is zeldzaam, ook in Frankrijk: er worden per jaar zeer weinig worpen geregistreerd en buiten de Franse grenzen is hij praktisch niet te vinden. In Nederland registreert de Raad van Beheer stambomen en in België de KMSH (Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus), maar nesten in de Benelux zijn er niet of nauwelijks. Reken op import, een lange wachttijd en een reis.
Wees eerlijk over je plannen: Franse fokkers plaatsen hun pups bij voorkeur bij jagers of meutehouders, en dat beschermt de hond. Een goede fokker toont de ouderdieren, is open over verwantschap, heupen en ellebogen, laat zien hoe de honden gehuisvest zijn en stelt jou minstens zoveel vragen als jij hem.
Koop je bij een kweker? Check of hij erkend is met zijn HK-nummer in de officiële lijst van Dierenwelzijn Vlaanderen.
Veelgestelde vragen over de Grand Anglo-Français Blanc et Orange
Wat is een Grand Anglo-Français Blanc et Orange?
Een grote Franse meutehond uit FCI-groep 6, erkend onder nummer 324. Hij ontstond eind 19e eeuw uit kruisingen van de Billy met de Engelse Foxhound; de naam Anglo-Français werd in 1957 officieel.
Hoe groot wordt een Grand Anglo-Français Blanc et Orange?
De rasstandaard geeft 60 tot 70 cm schofthoogte voor beide geslachten. Het gewicht ligt in de praktijk rond 29 tot 30 kg, al legt de standaard dat niet vast.
Wat is het verschil met de Grand Anglo-Français Tricolore?
Naast de kleur noemt de rasstandaard één duidelijk verschil: de Blanc et Orange toont meer Engels bloed in zijn hoofd dan zijn driekleurige soortgenoot, met een brede vlakke schedel en een duidelijk gemarkeerde stop.
Is een Grand Anglo-Français Blanc et Orange geschikt als gezinshond?
Zelden, al wordt hij als zacht met kinderen beschreven. Hij heeft veel dagelijkse activiteit nodig, is weinig gehoorzaam zodra hij een spoor ruikt en is buiten Frankrijk praktisch niet te krijgen.
Welke gezondheidsproblemen komen voor bij dit ras?
Rasbeschrijvingen noemen heupdysplasie, elleboogdysplasie en oorontsteking als aandachtspunten. Er is geen breed gezondheidsonderzoek over dit ras, dus vraag de fokker naar officiële heup- en elleboogbeoordelingen van de ouderdieren.
Bronnen bij deze pagina (3)
- FCI-rasstandaard 324 (Grand Anglo-Français Blanc et Orange), schofthoogte 60-70 cm voor beide geslachten, kort en niet te dik haar, kleur wit-citroen of wit-oranje mits het oranje niet naar rood neigt, meer Engels bloed in het hoofd dan de driekleurige variant met brede vlakke schedel en duidelijke stop, indeling als chien courant van grote maat met werkproeven.
- Société de Vénerie: le grand anglo-français blanc et orange, standaarddatum 27.01.1983 met publicatie in 1996, omschrijving als 'chien assez fort, puissant', de maat 0,60 tot 0,70 m en de bevestiging van de kleur wit-citroen of wit-oranje.
- Woopets: Grand Anglo-Français blanc et orange, ontstaan uit kruising van Franse lopende honden met de Engelse Foxhound met het Billy als belangrijk stamras, gewicht rond 29-30 kg, levensverwachting 10-12 jaar, veelzijdige lopende hond die zacht is met kinderen maar weinig gehoorzaam, één tot twee keer per week borstelen, veel dagelijkse activiteit, heup- en elleboogdysplasie als aandachtspunten, en de vaststelling dat het ras nog vrij zeldzaam is met zeer weinig geregistreerde worpen per jaar.