FCI-groep 1: herders- en veedrijvershonden
FCI-groep 1 bundelt de herders- en veedrijvershonden, en in deze atlas staan er 12. Het zijn rassen die generaties lang vee bijeenhielden of voortdreven. Ze leren vlot, werken graag mee en hebben een kop nodig die bezig blijft. Het formaat loopt van de Welsh Corgi van 25 cm tot de Beauceron van 70 cm.
De FCI deelt de erkende rassen in tien groepen in op basis van type en oorspronkelijk werk. Dit zijn de 12 rassen uit groep 1, de herders- en veedrijvershonden, die in de atlas staan.
Vergelijk alle 12 rassen op een rij
| Ras | Schofthoogte | Gewicht | Herkomst |
|---|---|---|---|
| Border Collie | 48–56 cm | ± 15–20 kg | Groot-Brittannië |
| Australische Herder | 51–58 cm | ± 15–32 kg | Verenigde Staten |
| Welsh Corgi (Pembroke) | 25–30 cm | 10–12 kg | Groot-Brittannië |
| Duitse Herder | 60–65 cm | 30–40 kg | Duitsland |
| Mechelse Herder | 62 cm | 25–30 kg | België |
| Beauceron | 65–70 cm | 30–45 kg | Frankrijk |
| Bouvier des Flandres | 62–68 cm | 35–40 kg | België |
| Bobtail | Vanaf 61 cm | ± 27–45 kg | Groot-Brittannië |
| Sheltie (Shetland Sheepdog) | reu 37 cm | ± 6–11 kg | Groot-Brittannië (Shetlandeilanden) |
| Hollandse Herder | 57–62 cm | ± 23–32 kg | Nederland |
| Briard | 62–68 cm | 30–40 kg | Frankrijk |
| Bearded Collie | 53–56 cm | 18–27 kg | Schotland |
Wat deze groep typeert
Wat deze rassen bindt is niet hun formaat maar hun werk: vee bijeenhouden of voortdrijven, in samenspel met een mens die op afstand staat. Dat vraagt een hond die kijkt, meedenkt en op een teken reageert. Je ziet het terug in de score voor trainbaarheid: de Border Collie, de Australische Herder, de Duitse Herder, de Mechelse Herder, de Hollandse Herder en de Sheltie staan er allemaal op vijf pootjes. Die scores zijn inschattingen van de redactie op basis van de rasdossiers, geen metingen.
Daar hoort een keerzijde bij die je in de kolom beweging leest. Bij de Australische Herder staat meerdere uren per dag, bij de Mechelse Herder zeer veel, bij de Beauceron en de Bouvier des Flandres ongeveer twee uur. Op de score rustig aan doen mogelijk halen zeven van deze 12 rassen maar één pootje. Een hond die geselecteerd is om door te gaan tot het werk af is, schakelt thuis niet vanzelf uit.
Werk voor de kop weegt hier even zwaar als kilometers. Zoekspelletjes, apporteren met regels erin, een parcours in de tuin: het geeft richting aan energie die anders zelf een bestemming zoekt, bijvoorbeeld in het volgen van fietsers, kinderen of de stofzuiger.
De rassen uit deze groep in de atlas
De 12 rassen lopen sterk uiteen in formaat. Aan de kleine kant staan de Welsh Corgi (Pembroke) met 25 tot 30 cm en de Sheltie, waarvan de reu rond 37 cm blijft. Aan de andere kant komen de Beauceron en de Briard tot 68 of 70 cm en weegt de Bobtail 27 tot 45 kg. Daartussen zitten middelgrote werkers als de Border Collie (48 tot 56 cm) en de Bearded Collie (53 tot 56 cm).
- Klein: Welsh Corgi (Pembroke) en Sheltie, de enige twee die onder de 40 cm blijven.
- Middelgroot: Border Collie, Australische Herder en Bearded Collie.
- Groot: Duitse Herder, Mechelse Herder, Hollandse Herder, Beauceron, Bouvier des Flandres, Bobtail en Briard.
Herkomst en oorspronkelijke taak
De groep leest als een landkaart van Europees veeland. Uit Groot-Brittannië en Schotland komen de Border Collie, de Bobtail en de Bearded Collie, van de Shetlandeilanden de Sheltie. België levert de Mechelse Herder en de Bouvier des Flandres, Frankrijk de Beauceron en de Briard, Duitsland de Duitse Herder, Nederland de Hollandse Herder. De Australische Herder staat in zijn dossier met de Verenigde Staten als herkomst.
Het werk was niet overal hetzelfde, en dat verklaart de verschillen in bouw. Drijven op afstand vraagt een lichte, wendbare hond die uren op de been blijft. Vee voortduwen op korte afstand vraagt een lagere, stevige hond die niet wijkt: de Welsh Corgi blijft met 25 tot 30 cm bewust laag bij de grond. Meelopen met een kudde en die bewaken vraagt massa, en die zie je bij de Beauceron met 30 tot 45 kg.
Ook het vachtwerk verraadt het weer waarin gewerkt werd. De Mechelse Herder heeft een korte vacht met ondervacht en de Beauceron een korte, harde vacht, terwijl bij de Bobtail zeer intensief staat en bij de Briard lang en intensief. Die laatste twee krijgen één pootje voor onderhoudsarme vacht. Let op wat die score zegt: hij gaat over de hoeveelheid verzorgingswerk, niet over hoeveel haar je in huis terugvindt en niets over allergie.
Past een ras uit deze groep bij jou?
Deze groep vraagt tijd op vaste momenten, niet goede bedoelingen. Wie 's ochtends een uur buiten is en 's avonds opnieuw, en daarnaast graag traint, merkt hoe vlot deze honden nieuwe oefeningen oppikken. Ligt de nadruk in jouw week eerder op rust, dan kom je verder met de rustige hondenrassen.
Op de score geschikt voor beginners haalt geen enkel ras uit deze groep vijf pootjes. De Sheltie staat het hoogst met vier, de Beauceron en de Mechelse Herder staan op één. Wonen zonder tuin is hier zelden vanzelfsprekend: de meeste rassen krijgen één of twee pootjes voor geschikt voor een appartement, met opnieuw de Sheltie als uitzondering op vier. Zoek je vooral een toegankelijke eerste hond, kijk dan bij de hondenrassen voor beginners.
Een vaste plek waar je hond vrij en veilig kan rennen scheelt veel, zeker bij de rassen met meerdere uren in hun dossier. Daarvoor staan de losloopweides per gemeente op deze site. Wat een individuele hond aankan, staat niet in een score: dat leer je van je hond zelf, en bij twijfel over belasting of gewrichten van je dierenarts.
Veelgestelde vragen over fci-groep 1: herders- en veedrijvershonden
Wat is FCI-groep 1?
FCI-groep 1 bundelt de herders- en veedrijvershonden: rassen die vee bijeenhielden of voortdreven. De FCI plaatst een ras in deze groep op basis van type en oorspronkelijke taak, niet op formaat. Daarom staan de Welsh Corgi van 25 cm en de Beauceron van 70 cm in dezelfde groep. In deze atlas staan er 12 rassen uit groep 1.
Zijn herdershonden geschikt voor een gezin met kinderen?
Dat verschilt sterk per ras. Op de score kindvriendelijk staan onder meer de Welsh Corgi, de Duitse Herder, de Bouvier des Flandres, de Bobtail, de Sheltie en de Bearded Collie op vier pootjes, terwijl de Mechelse Herder op twee staat. Een hoge score zegt iets over verdraagzaamheid, niet over de begeleiding die elk contact tussen kind en hond nodig heeft.
Waarom staat de Welsh Corgi bij de herdershonden?
Omdat hij vee dreef, en niet omdat hij groot is. De FCI deelt in op oorspronkelijk werk. De Welsh Corgi (Pembroke) werkte laag bij de grond achter runderen en blijft met 25 tot 30 cm en 10 tot 12 kg het kleinste ras van deze groep in de atlas. In zijn scores zie je de werkhond terug: vier pootjes voor trainbaarheid, twee voor rustig aan doen.
Hoeveel beweging heeft een hond uit groep 1 nodig?
Reken op een tot meerdere uren per dag, plus werk voor de kop. In de rasdossiers staat bij de Duitse Herder een tot twee uur, bij de Beauceron en de Bouvier des Flandres ongeveer twee uur, bij de Australische Herder meerdere uren en bij de Mechelse Herder zeer veel. Alleen bij de Sheltie staat matig. Wat jouw hond aankan hangt af van leeftijd en conditie.
Waar deze gegevens vandaan komen
Elk ras in de atlas heeft een eigen dossier met schofthoogte, gewicht, levensverwachting, bewegingsbehoefte en vachtverzorging, opgebouwd uit de rasstandaard van de FCI, publicaties van rasverenigingen en veterinaire naslagwerken. Op elke rassenpagina staat onderaan welke bronnen we voor dat ras gebruikt hebben.
De acht scores van 1 tot 5 zijn een inschatting van de redactie op basis van die dossiers, geen meting. Meer pootjes betekent altijd dat het voor jou als baas gunstiger uitkomt. Ze helpen je vergelijken en een voorselectie maken, ze vervangen geen kennismaking met een echte hond.
Deze pagina is nagekeken op 31 juli 2026. Informatie op Hondenatlas is bedoeld ter oriëntatie. Twijfel je over de gezondheid of de belastbaarheid van een hond, dan is je dierenarts het juiste adres.
Verwante lijsten
- FCI-groep 2: pinschers, schnauzers, molossers en sennenhonden17 rassenDe andere grote werkhondengroep: bewaken en trekken in plaats van drijven.
- Grote hondenrassen41 rassenZeven van de rassen uit deze groep vallen in de categorie groot.
- Rustige hondenrassen18 rassenHet tegenbeeld: rassen waarbij een rustiger dagtempo wel houdbaar is.











