Slowaakse Ruwharige Staande Hond
Een grote, grijze allround jachthond uit Slowakije, na de Tweede Wereldoorlog gefokt uit Cesky Fousek, Weimaraner en Duitse Draadhaar. Volgens zijn rasstandaard gehoorzaam en goed te leiden.

In dit artikel
De Slowaakse Ruwharige Staande Hond in het kort
De Slovenský hrubosrstý stavač is een continentale staande hond van het braque-type die het werk op de vlakte, in het bos en in het water moet aankunnen. De FCI-standaard legt bijzondere nadruk op zijn kwaliteiten bij het naspeuren en apporteren van aangeschoten wild.
Hij ontstond vanaf de jaren vijftig in het toenmalige Tsjechoslowakije, onder leiding van Koloman Slimák, uit kruisingen van de Cesky Fousek, de Weimaraner en de Duitse Draadhaar. De FCI erkende het ras op 6 juni 1982 onder nummer 320. Doe verderop de match.
- Schofthoogte
- 62–68 cmteven 57–64 cm (FCI-standaard 320)
- Gewicht
- Niet vastgelegdde FCI-standaard noemt geen gewicht voor dit ras
- Levensverwachting
- Niet vastgelegdonze bronnen geven geen rasspecifiek cijfer
- Beweging
- Zeer veeldagelijks werk te land en te water, plus mentale uitdaging
- Vacht
- Stug, ± 4 cmrecht en plat liggend, met korte fijne ondervacht die in de zomer uitvalt
- Herkomst
- Slowakijeallround staande jachthond, ontstaan na 1945
De Slowaakse Ruwharige Staande Hond in scores
Elke hond in de atlas krijgt scores op dezelfde meetlat, zodat je rassen eerlijk naast elkaar kunt leggen.
Meer pootjes betekent altijd makkelijker voor jou als baas, niet "meer van die eigenschap".
Wat voor karakter heeft een Slowaakse Ruwharige Staande Hond?
De FCI-standaard houdt het kort maar duidelijk: hij is gehoorzaam en goed te leiden. Dat past bij zijn ontstaansgeschiedenis, want de fokkers zochten volgens de Britse rasclub uitdrukkelijk een hond die met de jager samenwerkte en niet te ver van hem afliep.
Achter die volgzaamheid zit een uitgesproken werkhond. Hij is gefokt om te zoeken, voor te staan, in het water te gaan en aangeschoten wild na te speuren. Krijgt hij die taken niet, dan zoekt hij zelf iets om te doen, en dat valt zelden gunstig uit.
Is een Slowaakse Ruwharige Staande Hond geschikt voor een gezin?
In een jagersgezin of bij mensen die serieus met hondensport bezig zijn, kan het goed gaan. Zijn samenwerkingsgezindheid maakt hem prettig in de omgang, en hij is gewend aan mensen om zich heen.
In een doorsnee gezin is de rekening zwaarder. Reken op een grote hond met een volle werkdag aan behoeften, ook op regenachtige zondagen. Het ras is bovendien zeldzaam: buiten Slowakije is het aantal honden klein, en dat kleurt je hele zoektocht.
Past deze hond bij jou?
Zes korte vragen, je ziet meteen je match.
Kies hierboven je situatie om je persoonlijke match te zien.
Kan een Slowaakse Ruwharige Staande Hond in een appartement wonen?
Nee. Met een schofthoogte tot 68 cm en de behoefte om dagelijks te zoeken, te apporteren en te zwemmen, is een etage geen passende omgeving.
Wat hij nodig heeft, is dagelijkse toegang tot veld, bos en water, en een baas die hem daar een taak geeft. Een tuin biedt hem rust tussendoor, meer niet.
Hoeveel beweging heeft een Slowaakse Ruwharige Staande Hond nodig?
Zeer veel, en dan vooral zinvolle beweging. De standaard vraagt een hond die geschikt is voor werk op de vlakte, in het bos en in het water, met bijzondere aandacht voor het naspeuren en apporteren na het schot. Dat is een breed takenpakket.
Vul de kilometers daarom aan met apporteerwerk, zoekopdrachten en waterwerk. Een uur wandelen zonder kopwerk laat hem onvoldaan achter, terwijl een half uur gericht speuren hem zichtbaar tot rust brengt.
Hoeveel verzorging vraagt de vacht van een Slowaakse Ruwharige Staande Hond?
Beperkt. De standaard schrijft een dekhaar voor van ongeveer 4 cm, stug, recht en plat liggend, met daaronder een korte, fijne ondervacht die in de zomer grotendeels uitvalt. Wekelijks doorborstelen volstaat, met een extra ronde wanneer de ondervacht loskomt.
De kleur is bruin met een grijze waas, in het Slowaaks kortweg grijs genoemd, met lichtere en donkerdere schakeringen. Wit is niet toegestaan, behalve als aftekening op de benen en de borst. Een niet-grijze grondkleur is diskwalificerend.
Hoe voed je een Slowaakse Ruwharige Staande Hond op?
Met heldere structuur en veel werk. Omdat hij gehoorzaam en goed te leiden is, komt training aan zonder dat je hard hoeft te zijn; het is eerder een kwestie van hem genoeg te geven om te doen.
Investeer vanaf de eerste weken in komen als je roept en in brede socialisatie. Bouw daarnaast het alleen thuis blijven stap voor stap op en houd rekening met een lange puberteit: grote jachtrassen zijn pas laat volwassen in hun kop.
Wat kost een Slowaakse Ruwharige Staande Hond?
Eerlijk antwoord: betrouwbare Belgische bedragen voor de aanschaf, het voer, de dierenarts en de verzekering van een Slowaakse Ruwharige Staande Hond zetten we hier pas neer zodra we ze met bronnen kunnen onderbouwen. Liever even geen cijfer dan een verzonnen cijfer. Reken er wel op dat een hond, groot of klein, elke maand een vast budget vraagt, en dat prijzen sterk verschillen per fokker en regio.
Wat we nu al wel kunnen zeggen over vachtverzorging: Vooral tijd: wekelijks doorborstelen en extra werk als de ondervacht loskomt.
Eerlijk over de Slowaakse Ruwharige Staande Hond
- Dit is een werkende jachthond, geen wandelhond. De FCI koppelt aan het ras een werkproef. Wie hem alleen uitlaat, houdt een gefrustreerde hond over die zijn energie ergens anders kwijt moet.
- Het ras is echt zeldzaam. In 1984 stonden er zo'n 550 honden in het Slowaakse stamboek, en in Groot-Brittannië waren er in 2003 slechts 32 geregistreerd. Reken op import, wachttijd en een fokker in het buitenland.
- Hij is jarenlang met de Weimaraner verward. Tot 1975 werd het ras door een vertaalfout als ruwharige Weimaraner geclassificeerd. Verwacht dus dat je regelmatig moet uitleggen welke hond je eigenlijk hebt.
- Hij groeit groot en rijpt traag. Met 62 tot 68 cm is dit een van de grootste continentale staande honden. Het eerste jaar vraagt terughoudendheid in springen en trappen, en zijn hoofd loopt nog langer achter op zijn lijf.
De route van pup naar senior
Elke levensfase vraagt iets anders van je. Dit zijn de haltes waar je bij dit ras rekening mee houdt.
Jachtpup in de mensenwereld
Socialiseer breed met mensen, verkeer, water, geluiden en andere honden, want jachtlijnen groeien vaak buiten op. Begin meteen speels met naam, terugroep en het dragen van een apporteerbaar voorwerp. Zie ook het dagritme van de eerste week.
Groeien en zoeken
Hij schiet in formaat omhoog terwijl zijn gewrichten nog niet klaar zijn: houd wandelingen lang maar rustig en vermijd springen van hoogtes. Geef tegelijk elke dag zoek- en apporteerwerk, want zijn kop groeit sneller dan zijn lijf.
De puber met een baan
In deze periode wordt duidelijk hoeveel werk hij echt vraagt. Bouw jachttraining of speursport uit, blijf consequent en verwacht dat de terugroep tijdelijk minder betrouwbaar is. Zie de puberteit.
Senior: minder tempo, evenveel kopwerk
Verkort de tochten geleidelijk maar houd de zoekopdrachten erin. Laat gewrichten, gewicht en gebit periodiek nakijken door je dierenarts en let op stijfheid na een koude dag in het water.
Welke gezondheidsproblemen komen voor bij de Slowaakse Ruwharige Staande Hond?
Voor dit ras zijn geen grootschalige gezondheidsstudies gepubliceerd die wij konden inzien. De populatie is klein en de fokkerij verliep vanaf het begin onder streng toezicht van keurmeesters; vraag de fokker daarom naar wat hij van zijn eigen lijn kan laten zien.
De FCI-standaard noemt geen erfelijke aandoeningen en geen levensverwachting. Vraag naar de leeftijd en doodsoorzaak van ouders en grootouders en naar de omvang van de lijn waaruit het nest komt.
Bij een groot, hard werkend jachtras zijn officiële heup- en elleboogonderzoeken van beide ouderdieren een redelijke vraag. Een afwijkende gewrichtsontwikkeling geeft later pijn en slijtage, en die kans neemt met formaat en werkbelasting toe.
Het ras werd opgebouwd uit een beperkt aantal honden en telde in 1984 zo'n 550 dieren in het stamboek. Bij een kleine populatie neemt de kans op verwantschap tussen fokdieren toe; vraag naar de verwantschapsgraad van het nest.
Een hond die door riet, water en struikgewas werkt, komt thuis met vocht in de oren, teken en soms snijwonden. Controleer na elke tocht oren, poten en huid, en laat aanhoudende jeuk of geur nakijken door je dierenarts.
Weet je niet welke uitslagen je precies moet opvragen? Download de gratis checklist “Wat vraag je een fokker?”, met alle onderzoeken die bij dit ras horen op één A4.
Waar vind je een goede pup?
In België en Nederland is dit ras zo goed als afwezig. Stamboomnesten via de KMSH (Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus) of de Raad van Beheer zijn er nauwelijks, en een rasvereniging hier bestaat niet. Het spoor loopt naar de Slowaakse rasclub of naar de Britse Slovakian Rough Haired Pointer Club, die het ras sinds 2005 in Groot-Brittannië begeleidt.
Reken op import, wachttijd en een gesprek in een andere taal. Vraag naar het jachtwerk en de werkproeven van de ouderdieren, naar hun gezondheidsuitslagen en naar hun karakter, en wees open als je hem vooral als sportieve metgezel wil. Een fokker die je zonder vragen een pup meegeeft, is geen goed teken.
Koop je bij een kweker? Check of hij erkend is met zijn HK-nummer in de officiële lijst van Dierenwelzijn Vlaanderen.
Veelgestelde vragen over de Slowaakse Ruwharige Staande Hond
Uit welke rassen is de Slowaakse Ruwharige Staande Hond ontstaan?
Uit kruisingen van de Cesky Fousek, de Weimaraner en de Duitse Draadhaar, vanaf de jaren vijftig opgezet onder leiding van Koloman Slimák. De FCI erkende het resultaat op 6 juni 1982 als rasnummer 320.
Hoe groot wordt een Slowaakse Ruwharige Staande Hond?
Reuen meten volgens de FCI-standaard 62 tot 68 cm en teven 57 tot 64 cm. De standaard noemt geen gewichtsnorm; het is een van de grootste continentale staande honden.
Welke kleur heeft dit ras?
Bruin met een grijze waas, in de standaard kortweg grijs genoemd, met lichtere en donkerdere schakeringen. Wit is alleen toegestaan als aftekening op de benen en de borst; een niet-grijze grondkleur is diskwalificerend.
Is de Slowaakse Ruwharige Staande Hond goed te trainen?
De FCI-standaard noemt hem uitdrukkelijk gehoorzaam en goed te leiden, en de Britse rasclub schrijft dat fokkers bewust selecteerden op een hond die dicht bij de jager blijft. Hij vraagt wel dagelijks werk om die volgzaamheid te behouden.
Is dit ras zeldzaam?
Ja. In 1984 stonden er ongeveer 550 honden in het Slowaakse stamboek, en in Groot-Brittannië waren er in 2003 slechts 32 geregistreerd. Buiten Slowakije kom je hem zelden tegen.
Bronnen bij deze pagina (4)
- FCI-rasstandaard 320 (Slovenský hrubosrstý stavač), groep 7 sectie 1.1 continentale staande honden van het braque-type met werkproef, herkomst Slowakije, standaard van 6 januari 1995, gebruik als staande hond die geschikt moet zijn voor werk op de vlakte, in het bos en in het water en die uitblinkt in het naspeuren en apporteren van aangeschoten wild, karakter gehoorzaam en goed te leiden, schofthoogte 62–68 cm en 57–64 cm, dekhaar van ongeveer 4 cm dat stug, recht en plat liggend is met een korte fijne ondervacht die in de zomer uitvalt, kleur bruin met grijze waas met lichtere en donkerdere schakeringen zonder wit of met wit op benen en borst, en diskwalificatie bij een niet-grijze grondkleur.
- Slovakian Rough Haired Pointer Club (VK) – Breed History, ontstaan na de Tweede Wereldoorlog uit de wens naar een volgzame hond die niet te ver van de jager afzoekt, kruisingen vanaf de jaren vijftig met de Cesky Fousek, de Weimaraner en de Duitse Draadhaar onder streng toezicht van fokkeurmeesters, ontdekking van een vertaalfout in 1975 waardoor het ras uit de classificatie ruwharige Weimaraner werd gehaald, FCI-erkenning op 6 juni 1982 als rasnummer 320, ongeveer 550 honden in het stamboek in 1984, komst naar Groot-Brittannië in 1997 met vijf stamhonden, eerste Britse nest in maart 1999, slechts 32 geregistreerde honden in 2003 en oprichting van de rasclub in april 2005.
- Wikipedia – Slovak Rough-haired Pointer, ontwikkeling door Koloman Slimák uit Duitse Draadharen, Weimaraners en de Cesky Fousek met latere inbreng van Duitse Draadharen en Pudelpointers, doel een hond met groot uithoudingsvermogen die spoort, voorstaat en apporteert te land en te water, maten 62–68 cm en 57–64 cm, ruwe gebroken vacht met stug haar en snorharen, kleuren van grijsbruin tot tinzilver met toegestaan wit op borst en voeten, inzetbaarheid op vogels, hazen en grofwild tot reeformaat, en zeldzaamheid buiten Slowakije met een introductie in Groot-Brittannië in 1997.
- Foto: Ing. Urban Michal (breeders HP), publiek domein, via Wikimedia Commons, herofoto van deze pagina.