Schnoodle

Slim, speels en aanhankelijk, met een eigenwijze rand. Een kruising van schnauzer en poedel waarvan het formaat alle kanten op kan, van vier kilo tot ruim dertig.

In dit artikel
  1. In het kort
  2. Scores
  3. Karakter
  4. Gezin
  5. Past hij bij jou?
  6. Appartement
  7. Beweging
  8. Vacht
  9. Opvoeding
  10. Kosten
  11. Eerlijk over
  12. Levensfase
  13. Gezondheid
  14. Een pup vinden
  15. Veelgestelde vragen
In het kort

De Schnoodle in het kort

De Schnoodle is een kruising van schnauzer en poedel, ontstaan in de jaren tachtig. Omdat beide ouderrassen in meerdere maten bestaan, is de spreiding hier groter dan bij welke andere doodle ook: van een dwergvariant van enkele kilo's tot een reuzenvariant van meer dan dertig kilo.

Er is geen FCI-erkenning, geen rasstandaard en geen fokreglement. Reken op een intelligente, speelse en soms koppige hond met een golvende tot draadharige vacht die om de vier tot acht weken naar de trimsalon moet. Doe verderop de match.

Schofthoogte
± 30–65 cm12–15 inch bij de kleine varianten, 25+ inch bij de reuzen
Gewicht
± 2,5–36 kgtoy vanaf ± 2,5 kg; reuzenvariant 32 kg of meer
Levensverwachting
10–16 jaarkleinere varianten leven doorgaans langer
Beweging
30–60 minper dag, plus stevig denkwerk
Vacht
Golvend tot draadhaarverhaart weinig, trimbeurt elke 4 tot 8 weken
Herkomst
Kruisingschnauzer × poedel, jaren tachtig

De Schnoodle in scores

Elke hond in de atlas krijgt scores op dezelfde meetlat, zodat je rassen eerlijk naast elkaar kunt leggen.

Meer pootjes betekent altijd makkelijker voor jou als baas, niet "meer van die eigenschap".

GezinsvriendelijkheidSpeels, aanhankelijk en betrokken bij alles wat er gebeurt
KindvriendelijkGoed met kinderen, mits vroeg en breed gesocialiseerd
Geschikt voor een appartementHangt van de variant af: een dwergschnoodle kan, een reuzenvariant niet
Rustig aan doen mogelijkDeels: een half uur tot een uur beweging plus denkwerk per dag
Onderhoudsarme vachtNee: meermaals per week borstelen en om de 4 tot 8 weken trimmen
TrainbaarheidZeer slim en leergierig, met soms een koppige bui
Alleen thuis kunnen blijvenSterk op mensen gericht; lange dagen alleen vallen hem zwaar
Geschikt voor beginnersKan, mits je het vachtwerk en zijn behoefte aan werk onderschat noch overschat

Wat voor karakter heeft een Schnoodle?

Bronnen beschrijven hem als intelligent, speels, aanhankelijk, loyaal en soms koppig. Dat is een logische mix: de poedel brengt leergierigheid en werklust, de schnauzer brengt waaksheid, humor en een eigen wil.

Bij een kruising zonder standaard is het karakter niet te bestellen. De ene schnoodle is een rustige gezelschapshond, de andere een alerte, blafgrage werker. Vraag daarom naar het karakter van beide ouderdieren en welke schnauzer- en poedelvariant er gebruikt is, in plaats van af te gaan op de naam.

Is een Schnoodle geschikt voor een gezin?

Ja. Goed gesocialiseerde schnoodles zijn volgens veterinaire bronnen prima gezinshonden die overweg kunnen met kinderen en andere huisdieren. Hij wil middenin het gezinsleven staan en doet aan alles mee.

Kies de maat bewust, want die bepaalt het dagelijkse leven. Een dwergschnoodle is kwetsbaar bij ruw spel; een standaard- of reuzenvariant is sterk genoeg om een kind om te lopen zonder kwade bedoeling. Toezicht bij jonge kinderen blijft in beide gevallen de regel.

Past deze hond bij jou?

Zes korte vragen, je ziet meteen je match.

Hoe woon je?
Kinderen in huis?
Je ervaring met honden
Tijd voor beweging per dag
Hoe vaak is de hond alleen thuis?
Hoe erg vind je borstelen en trimmen?

Kies hierboven je situatie om je persoonlijke match te zien.

Kan een Schnoodle in een appartement wonen?

Dat hangt volledig af van de variant. Een dwergschnoodle past prima in een appartement: klein, aanpasbaar en tevreden met een half uur buiten plus denkwerk binnen. Een standaard- of reuzenvariant vraagt ruimte en meer beweging.

Houd bij beide rekening met de schnauzerkant: die is van nature waaks en meldt wat hij hoort. In een gebouw met buren werk je daar dus bewust aan, samen met het alleen zijn. Zie alleen thuis leren.

Hoeveel beweging heeft een Schnoodle nodig?

Reken op dertig tot zestig minuten per dag aan fysieke en mentale activiteit, en bij een grote variant meer. De Britse Kennel Club noemt voor zowel de dwergschnauzer als de dwergpoedel tot een uur beweging per dag, en dat is een goede ondergrens.

Denkwerk telt volwaardig mee en is bij deze kruising bijna onmisbaar. Zoekspellen, puzzels, apporteren en tricktraining vermoeien hem sneller dan een extra rondje. Een verveelde schnoodle zoekt zelf werk, en dat kost meestal meubels.

Verhaart een Schnoodle en is hij hypoallergeen?

Zijn vacht is meestal golvend tot gekruld, soms draadharig zoals bij de schnauzer, in wit, bruin, rood, crème, zwart of grijs. Hij verhaart weinig, maar onderhoudsarm is hij zeker niet: borstel hem twee tot drie keer per week, liefst vaker, en laat hem elke vier tot acht weken professioneel trimmen.

Over hypoallergeen: dat is een verkoopargument, geen eigenschap. Geen enkel ras en geen enkele kruising is echt hypoallergeen. Onderzoek naar het belangrijkste hondenallergeen Can f 1 vond geen betrouwbaar verschil tussen zogenaamd hypoallergene rassen en andere honden; poedels behoorden in vachtmonsters zelfs tot de hoogste waarden. Allergenen zitten bovendien in huidschilfers en speeksel, dus weinig verharen zegt niets over je allergie.

Is een Schnoodle moeilijk op te voeden?

Hij leert razendsnel, en dat is zowel je grootste voordeel als je grootste valkuil. Met korte, positieve sessies kun je bijna alles met hem, maar hij pikt ook ongewenste gewoontes vliegensvlug op en verveelt zich bij eindeloze herhaling.

Zet vroeg in op brede socialisatie, op rust bij geluid (de schnauzerkant is waaks) en op het alleen zijn. Lees hoe je die basis legt in socialisatie en een puppyklas kiezen.

Wat kost een Schnoodle?

Eerlijk antwoord: betrouwbare Belgische bedragen voor de aanschaf, het voer, de dierenarts en de verzekering van een Schnoodle zetten we hier pas neer zodra we ze met bronnen kunnen onderbouwen. Liever even geen cijfer dan een verzonnen cijfer. Reken er wel op dat een hond, groot of klein, elke maand een vast budget vraagt, en dat prijzen sterk verschillen per fokker en regio.

Wat we nu al wel kunnen zeggen over vachtverzorging thuis: Twee tot drie keer per week borstelen; trimbeurt elke vier tot acht weken.

Eerlijk over de Schnoodle

  • Het formaat is een gok als je niet doorvraagt. Van enkele kilo's tot ruim dertig: welke schnauzer- en poedelvariant de ouders zijn, bepaalt alles. Vraag dat expliciet en laat je niets beloven wat niet vastligt.
  • De vacht is een vaste kostenpost. Twee tot drie keer per week borstelen en om de vier tot acht weken de trimsalon. Zonder dat onderhoud viltet de vacht en moet hij kaal geschoren worden.
  • Hypoallergeen is een verkoopmythe. Weinig verharen zegt niets over allergenen; onderzoek vindt geen betrouwbaar verschil tussen rassen.
  • Hij heeft werk nodig, niet alleen wandelingen. Twee slimme ouderrassen leveren een hond die denkt. Zonder denkwerk verveelt hij zich, en dat zie je terug in blaffen en sloopgedrag.

De route van pup naar senior

Elke levensfase vraagt iets anders van je. Dit zijn de haltes waar je bij dit ras rekening mee houdt.

8 – 16 weken

Kennismaken en wennen aan de borstel

Socialiseer breed met mensen, honden, verkeer en drukte, en maak borstelen en aangeraakt worden vanaf dag één plezierig. Begin meteen met korte momenten alleen. Zie de socialisatieperiode van je pup.

4 – 8 maanden

Manieren en de eerste trimbeurt

Leer hem netjes aan de lijn lopen en rustig blijven bij de deur. Plan de eerste trimsalonbezoeken kort en positief, want dit wordt een afspraak die om de vier tot acht weken terugkomt.

8 – 18 maanden

De puber: slim, eigenwijs en verveeld

Hij test grenzen en verveelt zich sneller dan ooit. Houd trainingen kort en gevarieerd en geef zijn kop werk met zoekspellen of hondensport. Borstel extra tijdens de wissel naar de volwassen vacht. Meer in de puberteit van je hond.

Vanaf ± 2 jaar

Volwassen en senior: gewicht, gewrichten en suiker

Beweging, denkwerk en vachtonderhoud worden routine. Houd zijn gewicht laag en let op signalen als veel drinken en plassen, want diabetes wordt bij de kleinere varianten genoemd. Bij een grote variant zijn onrust en een opgezette buik na het eten spoedsignalen.

Welke gezondheidsproblemen komen voor bij de Schnoodle?

Een kruising erft van beide ouderrassen. Voor de schnoodle bestaat geen register en geen fokreglement, dus wat er is onderzocht hangt volledig van de fokker af. Vraag expliciet naar de uitslagen van beide ouderdieren.

OogaandoeningenDNA-test beschikbaar

Progressieve retina-atrofie (PRA) wordt bij deze kruising genoemd: een erfelijke aandoening waarbij het netvlies afsterft. Voor de dwergpoedel bestaat een DNA-test voor prcd-PRA, en de Britse Kennel Club adviseert voor beide ouderrassen oogonderzoek via het BVA/KC/ISDS-schema.

Heup- en elleboogdysplasie en knieën

Een afwijkende ontwikkeling van heup- of ellebooggewricht die pijn en artrose geeft, plus patella luxatie bij de kleinere varianten. De Britse Kennel Club adviseert voor de dwergpoedel heuponderzoek via het BVA/KC-schema. Vraag naar officiële uitslagen.

Diabetes en Addison

Diabetes wordt vooral bij de kleinere schnoodles genoemd, de ziekte van Addison (een tekort aan bijnierhormonen) bij de kruising in het algemeen. Veel drinken en plassen, gewichtsverlies of aanhoudende sloomheid zijn redenen om je dierenarts te raadplegen.

Maagtorsie bij de grote varianten

Bij een reuzenschnoodle speelt maagtorsie mee, een levensbedreigende draaiing van de maag bij diepborstige honden. Een opgezette buik, onrust, kwijlen en vergeefse braakpogingen na het eten zijn spoedsignalen: bel dan meteen je dierenarts.

Over deze cijfers: voor de schnoodle zelf bestaan geen registers, dus de genoemde aandoeningen komen van de ouderrassen en uit veterinaire bronnen. Het werkelijke risico hangt af van de gekozen varianten en van de uitslagen van de ouders. Beschouw dit als een risico-indicatie, geen vaststaand cijfer voor jouw hond. Maak je je zorgen over de gezondheid van je hond? Bespreek dat met je dierenarts.

Weet je niet welke uitslagen je precies moet opvragen? Download de gratis checklist “Wat vraag je een fokker?”, met alle onderzoeken die bij deze kruising horen op één A4.

Waar vind je een goede Schnoodle-pup?

Bij een kruising bestaat er geen rasvereniging met stamboomregistratie. In Nederland houdt de Raad van Beheer die registers bij, in België de KMSH (Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus), maar een schnoodle krijg je daar niet met stamboom. Daarmee valt de controle weg die je bij een erkend ras wel hebt.

Stel bij deze kruising altijd twee vragen. Ten eerste: welke schnauzer- en welke poedelvariant zijn de ouders, want dat bepaalt het eindformaat van jouw hond. Ten tweede: welke uitslagen zijn er, met oog-, heup- en knieonderzoek als minimum en de DNA-test voor prcd-PRA aan de poedelkant. Een goede fokker toont de ouderdieren, laat de uitslagen ongevraagd zien en gebruikt het woord hypoallergeen niet als verkoopargument. Wil je liever een oudere hond? Ook poedelkruisingen zoeken via herplaatsing geregeld een nieuw thuis.

Veelgestelde vragen over de Schnoodle

Wat is een Schnoodle precies?

Een Schnoodle is een kruising van een schnauzer en een poedel, ontstaan in de jaren tachtig. Het is geen erkend ras: er is geen FCI-erkenning, geen rasstandaard en geen fokreglement.

Hoe groot wordt een Schnoodle?

Dat verschilt enorm, omdat beide ouderrassen in meerdere maten bestaan. De kleinste varianten wegen vanaf ongeveer 2,5 kilo en meten zo'n 30 tot 38 cm; een reuzenvariant haalt 25 inch of meer en weegt 32 kilo of meer. Vraag de fokker welke varianten de ouders zijn.

Is een Schnoodle hypoallergeen?

Nee. Geen enkel ras of kruising is echt hypoallergeen. Hij verhaart weinig, maar onderzoek naar het allergeen Can f 1 vond geen betrouwbaar verschil tussen rassen, en allergenen zitten ook in huidschilfers en speeksel.

Hoeveel vachtverzorging vraagt een Schnoodle?

Veel. Borstel hem twee tot drie keer per week, liefst vaker, en laat hem elke vier tot acht weken professioneel trimmen. Juist omdat hij weinig verhaart, blijft los haar in de vacht hangen en viltet die zonder onderhoud.

Welke gezondheidsproblemen komen voor bij een Schnoodle?

Genoemd worden heup- en elleboogdysplasie, patella luxatie, progressieve retina-atrofie, diabetes bij de kleinere varianten, epilepsie, de ziekte van Addison en maagtorsie bij de grote varianten. Vraag de oog-, heup- en knieuitslagen van beide ouderdieren op.

Bronnen bij deze pagina (5)
  1. PetMD – Schnoodle, maten van dwerg tot reuzenvariant, levensverwachting 10 tot 16 jaar, vacht en trimfrequentie, beweging, temperament en de gezondheidsrisico's (heup- en elleboogdysplasie, diabetes, epilepsie, maagtorsie) plus de nuance dat geen hond volledig hypoallergeen is.
  2. Embrace Pet Insurance – Schnoodle, de vier maatklassen met gewichten en hoogtes, ontstaan in de jaren tachtig, borstelen twee tot drie keer per week met trimbeurt elke zes tot acht weken, 30 tot 60 minuten beweging en de aandoeningen patella luxatie, PRA en Addison.
  3. The Kennel Club – Miniature Schnauzer, ouderras: tot een uur beweging per dag, vachtverzorging meer dan eens per week, levensduur boven de tien jaar en de aanbevolen tests (DNA voor MAC en het BVA/KC/ISDS-oogschema).
  4. The Kennel Club – Poodle (Miniature), ouderras: tot een uur beweging per dag, dagelijkse vachtverzorging, DNA-tests voor prcd-PRA en osteochondrodysplasie plus het oog- en heupschema.
  5. AKC – Do hypoallergenic dogs exist?, onderbouwing dat geen enkel ras of kruising echt hypoallergeen is, met het Can f 1-onderzoek waarin poedels tot de hoogste waarden behoorden en de rol van huidschilfers en speeksel.

Twijfel je nog tussen rassen?