FCI-groep 5: spitsen en oertypes
FCI-groep 5 verzamelt de spitsen en oertypes, en in deze atlas staan er 10. Je herkent ze aan rechtopstaande oren, een krulstaart en een dichte dubbele vacht. De groep loopt van noordse sledehonden als de Siberische Husky en de Alaskan Malamute tot Aziatische en Afrikaanse oertypes. Eigenzinnig is hier eerder regel dan uitzondering.
De FCI deelt de erkende rassen in tien groepen in op basis van type en oorspronkelijk werk. Dit zijn de 10 rassen uit groep 5, de spitsen en oertypes, die in de atlas staan.
Vergelijk alle 10 rassen op een rij
| Ras | Schofthoogte | Gewicht | Herkomst |
|---|---|---|---|
| Shiba Inu | 39,5 cm | 8–11 kg | Japan |
| Pomeriaan | 18–22 cm | 1,5–3,2 kg | Duitsland |
| Chow Chow | 48–56 cm | 20–32 kg | China |
| Siberische Husky | 53,5–60 cm | 20,5–28 kg | Siberië (VS-standaard) |
| Akita Inu | 67 cm | 32–45 kg | Japan |
| Basenji | ± 43 cm | ± 11 kg | Centraal-Afrika (Congo) |
| Samojeed | ± 57 cm | 20–29 kg | Rusland (Siberië) |
| Keeshond (Wolfspitz) | 43–55 cm | 15–20 kg | Nederland |
| Eurasier | 52–60 cm | 22–30 kg | Duitsland |
| Alaskan Malamute | 63,5 cm | ± 38 kg | Verenigde Staten (Alaska) |
Wat deze groep typeert
Deze rassen zijn ouder dan de meeste moderne gebruikshonden en zijn minder sterk geselecteerd op meewerken met een mens. Dat zie je scherp in de score voor trainbaarheid: de Shiba Inu, de Chow Chow, de Siberische Husky, de Akita Inu, de Basenji en de Alaskan Malamute krijgen allemaal twee pootjes. Hoger uit komen alleen de Keeshond met vijf pootjes, de Eurasier en de Pomeriaan met vier, en de Samojeed met drie. Die scores zijn inschattingen van de redactie op basis van de rasdossiers en gaan over hoe vlot een ras meewerkt, niet over intelligentie.
Het tweede kenmerk is de vacht. Dubbele vacht staat bij de Shiba Inu, de Siberische Husky, de Keeshond en de Eurasier, dikke dubbele vacht bij de Chow Chow, en bij de Akita Inu staat dat hij twee keer per jaar zwaar ruit. Op onderhoudsarme vacht scoren de Samojeed één pootje en de Pomeriaan, de Chow Chow en de Alaskan Malamute twee. Onthoud daarbij dat die score over verzorgingswerk gaat en niets zegt over hoeveel haar je terugvindt.
De derde lijn is beweging, en die splitst de groep in tweeën. Bij de Alaskan Malamute staat meer dan twee uur, bij de Samojeed ongeveer twee uur en bij de Siberische Husky anderhalf tot twee uur. Daartegenover staan de Eurasier met dertig tot zestig minuten en de Pomeriaan met beperkt. Een sledehond en een dwergspits zitten in dezelfde groep, maar niet in dezelfde week.
De rassen uit deze groep in de atlas
De 10 rassen vallen uiteen in een paar herkenbare families:
- Noordse sledehonden: Siberische Husky (53,5 tot 60 cm), Alaskan Malamute (63,5 cm en ongeveer 38 kg) en Samojeed (ongeveer 57 cm).
- Aziatische spitsen: Shiba Inu (39,5 cm), Akita Inu (67 cm en 32 tot 45 kg) en Chow Chow (48 tot 56 cm).
- Europese spitsen: Keeshond (Wolfspitz) uit Nederland, de Duitse Pomeriaan (18 tot 22 cm, 1,5 tot 3,2 kg) en de Eurasier.
- Oertype uit Centraal-Afrika: de Basenji, ongeveer 43 cm en 11 kg, met een korte gladde vacht en vijf pootjes voor onderhoudsarme vacht.
Herkomst en oorspronkelijke taak
Geografisch is dit de meest gespreide groep van de atlas. Japan levert de Shiba Inu en de Akita Inu, China de Chow Chow, Siberië en Rusland de Siberische Husky en de Samojeed, Alaska de Alaskan Malamute, Congo de Basenji, Nederland de Keeshond en Duitsland de Pomeriaan en de Eurasier. Wat die rassen bindt is geen gedeeld werk maar een gedeeld type dat op verschillende plekken los van elkaar ontstond.
De taken lopen dan ook ver uiteen: trekken over sneeuw, jagen in bergland, bewaken van een erf of een boot, of gezelschap houden. Bij een sledehond werd geselecteerd op doorzetten in koude, en dat verklaart zowel de vachtdikte als de bewegingsbehoefte. Bij een oertype als de Basenji werd nauwelijks doelgericht gefokt in de moderne zin, met een korte gladde vacht en een forse bewegingsbehoefte als resultaat.
Voor het dagelijkse leven betekent dat vooral één ding: verwacht een hond met een eigen mening. Een spits die iets ziet dat de moeite waard is, weegt je oproep af. Een lange lijn op open terrein en een omheinde plek om los te laten, zoals de losloopweides in de buurt, zijn hier verstandiger dan hopen op een perfecte terugroep.
Past een ras uit deze groep bij jou?
Op geschikt voor beginners staan de Keeshond en de Eurasier met vier pootjes het hoogst, terwijl de Chow Chow, de Akita Inu en de Alaskan Malamute op één staan. Dat verschil is groot voor één FCI-groep, en het is de reden waarom je hier niet op de groepsnaam kunt afgaan. Twee honden met dezelfde oren en dezelfde krulstaart kunnen een compleet verschillend dagritme vragen.
Voor wonen zonder tuin geldt hetzelfde. De Pomeriaan haalt vijf pootjes op geschikt voor een appartement, de Keeshond en de Eurasier vier, terwijl de Alaskan Malamute op één staat en de Siberische Husky, de Akita Inu en de Samojeed op twee. Combineer die score altijd met de bewegingskolom: een hond die twee uur nodig heeft, wordt niet handzaam omdat hij binnen weinig plaats inneemt.
Waar de scores zwijgen, is over vachtverlies. Onderhoudsarme vacht gaat over verzorgingswerk, niet over hoeveel haar in huis belandt, en dat verschil telt juist bij dubbelvachtige rassen die seizoensgebonden ruien. Wil je op verzorgingswerk selecteren, gebruik dan de lijst met hondenrassen met weinig vachtonderhoud.
Veelgestelde vragen over fci-groep 5: spitsen en oertypes
Wat is FCI-groep 5?
FCI-groep 5 bundelt de spitsen en de oertypes: rassen met rechtopstaande oren, een krulstaart en meestal een dichte dubbele vacht. Ze zijn op verschillende continenten los van elkaar ontstaan en werden weinig geselecteerd op meewerken met een mens. In deze atlas staan er 10 rassen uit groep 5.
Welke sledehonden staan in deze groep?
Drie: de Siberische Husky, de Alaskan Malamute en de Samojeed. Hun bewegingsbehoefte is de hoogste van de groep, met meer dan twee uur per dag bij de Alaskan Malamute en ongeveer twee uur bij de Samojeed. Alle drie staan ze op één pootje voor rustig aan doen mogelijk, wat betekent dat een rustiger tempo bij hen lastig vol te houden is.
Waarom scoren spitsen laag op trainbaarheid?
Omdat ze eeuwenlang zelfstandig werk deden en niet geselecteerd zijn op het opvolgen van aanwijzingen. Zes van de rassen in deze groep krijgen twee pootjes voor trainbaarheid. Dat is een inschatting van de redactie en betekent niet dat ze niets leren, wel dat ze eerst zelf afwegen of het de moeite waard is. Korte, motiverende sessies werken bij dit type beter dan herhaling.
Welke spits is het meest geschikt voor een gezin?
Op papier de Keeshond, de Eurasier en de Samojeed: ze halen vijf pootjes voor gezinsvriendelijkheid, en de Eurasier haalt daarbovenop vijf voor kindvriendelijk. De Shiba Inu, de Chow Chow, de Akita Inu en de Basenji staan op twee voor kindvriendelijk. Die scores zijn inschattingen van de redactie en vervangen geen kennismaking met de individuele hond.
Waar deze gegevens vandaan komen
Elk ras in de atlas heeft een eigen dossier met schofthoogte, gewicht, levensverwachting, bewegingsbehoefte en vachtverzorging, opgebouwd uit de rasstandaard van de FCI, publicaties van rasverenigingen en veterinaire naslagwerken. Op elke rassenpagina staat onderaan welke bronnen we voor dat ras gebruikt hebben.
De acht scores van 1 tot 5 zijn een inschatting van de redactie op basis van die dossiers, geen meting. Meer pootjes betekent altijd dat het voor jou als baas gunstiger uitkomt. Ze helpen je vergelijken en een voorselectie maken, ze vervangen geen kennismaking met een echte hond.
Deze pagina is nagekeken op 31 juli 2026. Informatie op Hondenatlas is bedoeld ter oriëntatie. Twijfel je over de gezondheid of de belastbaarheid van een hond, dan is je dierenarts het juiste adres.
Verwante lijsten
- FCI-groep 10: windhonden6 rassenWindhonden delen met de spitsen een eigen wil en een sterke drang om te achtervolgen.
- Middelgrote hondenrassen23 rassenZes rassen uit deze groep vallen in het middelgrote segment.
- Hondenrassen met weinig vachtonderhoud35 rassenHet tegenbeeld van de dikke dubbele vachten die deze groep kenmerken.









